Categorie: Feature

  • Plato’s Cave momentje

    Plato’s Cave momentje

    WFR badge

    In 2017 had ik een bijzondere ontmoeting in Lustin, toen ik opging voor mijn Wilderness Advanced First Aid bij Outward Bound Belgie. Een bijzondere ontmoeting waar ik nog elke dag met plezier aan terugdenk en waar ik graag een vervolg aan wilde geven. Toen de Wilderness First Aid Bridge aangebonden werd, hoefde ik dan ook niet lang na te denken over deze kans.

    Net als de vorige keer begon het met de treinreis naar Lustin, een bijzondere ervaring als je daarvoor met de NS wil gaan reizen. Het maakt de reis in ieder geval spannend als je je “aansluitende” trein op een paar seconden na mist, omdat je achter die “aansluitende” trein vaststond. Gelukkig had ik niet gekozen voor de laatste trein naar Lustin. Aankomen in het donker en de wandeling naar de locatie is een rustmomentje in zichzelf. Zozeer zelfs dat het lieve Waalse echtpaar dat mij een rit aanbood, mij wel voor gek heeft moeten verklaren. Wie laat een autorit van 10 minuten schieten voor een wandeling van 40 minuten, mijn favoriete kant op: uphill. Het was wel een wandeling die voor meer dan de helft langs de Maas voert.

    Het was een gezellig terugzien van het huis en net als de vorige keer kon ik een bed vinden en aan de thee. Met de nieuwe matrassen was het dit keer zelfs goed slapen. Net als de vorige keer ontmoette ik de meeste meeste deelnemers aan het ontbijt. Ik voorzag weer een aantal mooie dagen met beelden die inmiddels wat minder alleen op discovery langskwamen. Mijn instructeursteam waren dezelfde mensen die ik in 2017 ook voor mij had staan, ik wist dus dat ik een hoogwaardige en intensieve vier dagen tegemoet kon zien. Ik had er nog meer zin in.

    De eerste dag stond vooral in het teken van veel herhalen en meteen verdiepen van de stof van het vorig jaar en natuurlijk een paar mooie simulaties. Want ook dit jaar waren de vier – intensieve – dagen een afwisseling van veel praktijk en theorie, wat juist deze opleiding zo bijzonder interessant maakt. Dat en natuurlijk het paaldansen op hoogte dat uit de hand liep. Gelukkig was dit natuurlijk slechts een van de simulaties tijdens deze opleiding.

    Ook dit keer waren de maaltijden bijzonder goed verzorgd, echt onderdeel van het gastvrije onthaal bij Outward Bound. Het maakt die vier dagen net dat beetje extra mooi. Tijd om met elkaar te praten, even tot rust te komen en na te denken over wat de avond zou brengen. Helaas dit jaar geen uitgebreide verhalen en filmpjes, maar praten en leren en natuurlijk onder het genot van een heerlijk biertje. Zo raakten we van een discussie over de Belgische politiek (waar ze zonder regering kunnen overleven), via de platte aarde theorie naar kattenfilmpjes en de trollenknots.

    Verdiepende verdiepingen komen altijd op momenten dat je ze niet verwacht. Bewustwording van het constant overal tegen willen vechten is een rode draad voor mij geweest dit jaar, ik ben het jaar begonnen met de bewustwording dat ik dingen anders wil. Het was nog zoeken naar het hoe en wat. Hoe dan ook, ik kwam in mijn eigen allegorie van de grot [wiki] terecht. De uitwerking van Plato over hoe de menselijke kennis staat in relatie tot de realiteit, voorgesteld door gevangenen in een grot die zelfs als ze hun ketenen afwerpen niet van hun werkelijkheid in de grot weg zouden willen. De weg uit de grot staat symbool voor de groei. Hoe had ik kunnen weten dat je die allegorie ook letterlijk kon nemen.

    De woensdag stond in het teken van de grote simulatie. In de ochtend werd ik gevraagd of ik bereid was om in plaats van de EHBO-handelingen te doen, een coördinerende rol wilde vervullen in deze simulatie. Toen begon bij mij het verhaal van de aannamen, de invullingen en de diepe leercurves en vaak mijn hoofd stoten.

    Mijn beeld van een grot was er eentje zoals we die in Nederland kennen van het schone Limburgse land of die van de grotten van Remouchamps nabij Spa. Op basis van die beeldvorming, ga ik mijn informatie verzamelen en mijn plan opstellen. Ik probeer een beeld te krijgen van wat ik ga aantreffen en wat ik kan verwachten. En toegegeven, ik dacht dat even dat ik wel iets aan voorbereiding had gedaan.

    Foto: Diesel

    We doen de briefing, halen het materiaal en bereiden ons voor. Hup in de bus, natuurlijk na de verplichte groepsfoto. Mijn team die was wel klaar voor de simulatie. Mijn team wel 🙂 Het begon al fout te gaan bij aankomst, toen we langs de weg stonden en ik mij afvroeg waar in vredesnaam de ingang van die grot zou moeten zijn. Door een klein schuurdeurtje kwamen we in een soort van binnenhofje uit met een deur. Nog voor we naar binnen gingen, liep mijn plan al fout 😉 Een van onze deelnemers was tevens (mede)beheerster van de betreffende grot en moest voorop, dat was nog wel op te lossen.

    Daarna ging het snel bergafwaarts met mijn plan en mijn ego, de deur ging open en ik sloot bijna de rij af van mensen die naar binnen gingen. Geleerd om bij nabij de uitgang de centraalpost te hebben, zodat communicatie naar buiten en opvang van de hulpdiensten mogelijk was – positioneerde ik mij bij de ingang. Terwijl ik keek naar dat minieme gaatje waar ineens iedereen doorheen aan het kruipen was. Zo had ik mij die grot toch echt niet voorgesteld. In eerste instantie hield ik mij aan mijn plan en stuurde het team vooruit, waarna wij alsnog werden geroepen om mee de grot in te gaan. Dat was ongeveer het einde van al mijn plannen, de grotingang was alleen mogelijk door een gang die zo breed was dat je je ook echt aan die keuze conformeerde. Omkeren halverwege of niet verdergaan zat er niet in. Na zo’n vijftig meter kruipen bekroop mij ineens een heel ongemakkelijk gevoel, even kwam mijn natuurlijk gedrag op dit soort situaties naar boven en ik wilde gaan vechten. Ik wilde vechten om zo snel mogelijk langs of met al het materiaal bij de plek te komen waar we moesten zijn, om mij met de medische handelingen te gaan bemoeien en vooral omdat ongemakkelijke gevoel van binnen aan te pakken. ‘Freeze, Flee or Fight’, ik weet wat mijn natuurlijke reactie is.

    Ineens besefte ik mij hoe onmogelijk het was om op die plek in gevecht te gaan met wat dan ook. Hoe onmogelijk het is om de wanden van de gang zelfs maar voor een micrometer aangepast te krijgen en hoe onmogelijk het is om de situatie onder controle te krijgen, laat staan te houden. Op dat moment hoorde ik mijzelf zuchten en realiseerde ik mij ineens wat ik deed en de onzin daarvan. Terug kon ik niet, vechten was een onmogelijkheid en bevriezen was ook uitgesloten. Daar kroop ik, zonder ook maar de mogelijkheid te hebben enige oer overlevingsmechanisme dat ik in mij heb te gebruiken. Er zat dan ook niets anders op dan mij over te geven aan wat er gebeurde en aan het gevoel dat in mijn opborrelde, te accepteren dat mijn plan had gefaald en dat ik ineens vol zat met emoties.

    Het resultaat was volledig het tegenovergestelde van wat ik van mijzelf kende. Ik werd volledig rustig en kon mij overgeven aan de situatie en daarmee er grip op krijgen. Geen controle, maar wel besef, grip en bewustwording. Ik voelde een rust over mij heen komen die ik nog niet zo vaak ben tegengekomen.

    Omdat de begeleider die ons had gezegd toch mee te komen niet had gewacht, was het kruipen ook nog een zoektocht geworden. Een hele harde les over nog meer aannamen en beelden, een hele harde les die mij nog beviel ook. Uiteindelijk zouden ze ons niet in een grottenstelsel loslaten waar we de halve wereld zouden kunnen vinden. Had ik nu echt de rust om mij dat te realiseren?

    Aangekomen op de plek van het ongeval, gebeurde er nog veel meer. Intussen had mijn team zich dus georganiseerd en de persoon die de medische leiding op zich had genomen kwam direct naar mij toe om mij te brieven. Dat ging op een gegeven moment naar mijn idee te diep, maar ik merkte al snel dat ze zich had voorbereid dat ik ook daar het gevecht niet moest aangaan om mijn ‘gelijk’ te gaan halen. Toen kwam de onvermijdelijke vraag: wat doen we verder.

    Mijn handen jeukten om naar beneden te gaan, ik had inmiddels ook tijd gehad om de situatie iets te boordelen en ik kwam tot de conclusie dat ik geen toegevoegde waarde zou hebben door naar beneden te gaan en te proberen die rol op mij te nemen. Ik heb vervolgens haar weer naar beneden gestuurd en ben gaan communiceren. Ik kreeg mijn beeld steeds beter rond en kon gaan oordelen wat op dat moment nodig was. Ik besloot toen van bovenaf de zaak te blijven aansturen. De eerste lopende slachtoffer kwam al naar boven en het andere slachtoffer had het helaas niet gehaald. Daarmee had ik het nog niet gehad, het werd nog interessanter.

    Er werd gevraagd om een gidslijn om het slachtoffer dat op de wervelplank werd gelegd naar boven te halen. ‘Shit’ was mijn eerste gedachte, ik weet net iets meer van touwen dan ik van grotten wist – ik had uiteindelijk mijn ’toprope’ gehaald. Maar daar hield mijn kennis van touwen dus ook mee op. Gelukkig wist ik dat twee mensen uit mijn team experts waren op het gebied van touw en toevallig had ik een van de twee al naar boven laten komen. Ik had intussen een klein team boven staan dat ik formeerde en onder aansturing van de ‘expert’ zette. Hij wilde eerst de rol aan een ander overlaten, omdat die al veel meer ervaring had, maar ik kon hem overtuigen dat dit voor hem wel degelijk een goede kans was. Dus, hij pakte ook de rol.

    Ook hier was mijn eerste gedachte, damn – ik wil het allemaal zelf kunnen. Maar de net gevonden rust van het eerdere kruipen kwam ook naar boven en ik concentreerde mij op mijn eigen rol en bracht het vertrouwen op in deze mensen die ik zelf pas twee dagen kende. Ik had een plek gevonden die mij een goed beeld gaf over het geheel, ondanks dat ik niet helemaal veilig stond. Het beeld van het incident werd mij steeds duidelijker. De dienende leider, ineens begreep ik niet alleen de theorie – ik deed het ineens. Al lerend en al doende, wat een ervaring – wacht, ‘ervaringsleren’.

    Foto: Diesel

    Het slachtoffer was geëvacueerd en de simulatie ten einde, maar ik zat nog altijd in mijn eigen rol en had zoveel overzicht dat ik zelfs kon aangeven waar welk lid van mijn team, de ‘vrijwillige’ slachtoffers en de begeleiders waren. Uiteindelijk sloot ik achteraan de kruipende stoet aan, met alleen onze hoofdtrainer nog achter mij. Buiten gekomen was een deel van mijn plan gelukt, ik had gezorgd dat iedereen weer uit de grot was gekomen.

    Ik merkte dat ik ontspannen was op de weg terug door de grot, terwijl ik de kruip – door – sluip – door ervaring nog wat verder doorleefde. En bijna de uitdaging aanging om nog wat meer grenzen op te zoeken door terug te willen en de andere route naar de uitgang te pakken. Uiteindelijk niet gedaan, het had lang genoeg geduurd.

    Teruggekomen, moest ik een van de trainers positief verbazen. Die had zich – overigens volledig terecht – afgevraagd of ik een overzicht had van wat er gebeurd was in de grot. Deze uitdaging ging ik graag aan, meestribbelen had ineens een andere betekenis. Ik deed de debriefing van de scene size-up. Daarbij gaat het over de veiligheid, de aantallen en het incident zelf. Zelfs tot mijn eigen verbazing, deed ik de scene size-up bijna vlekkeloos en op basis van de informatie die ik zelf had verzameld. Ik voelde een bepaalde mate van geluk in mij opkomen, ondanks alles had ik mij hervat. Dit was een workshop die ik niet voorzien had: Leiderschap (of beter gezegd, een versnelde workshop cave-rescue [wiki] voor Dummies).

    Die avond hervond ik een soort van rust en kon mij op de laatste dag voorbereiden. Een aantal bijzondere leerpunten stonden op de lijst. Gebruik van de stethoscoop om longen te luisteren (moet ik toch echt gaan oefenen), het gebruik van naald en het opzuigen van medicijnen en het schoonmaken (debridement) van wonden. Weer een stapje op weg naar nog beter hulp kunnen verlenen.

    De Mobiele Brigade

    Het bijzondere is dat de moderne wereld ook de wildernis heeft weten te vinden. Terwijl de bebloede varkenspoten, waar we op moesten werken op tafel stonden – kwam er natuurlijk een beeld naar voren dat we allemaal wel kennen. Of dat nu is bij de hulpverlening, een ongeluk of wanneer er een bekende Nederlander / Vlaming / Belg of Cataloon langskwam: de mobiele brigade.

    Toen kwam het examen. Goed lezen was niet meer mijn sterkste punt op dat moment en ik maakte een aantal voorkoombare fouten in mijn examen, maar he – ik was geslaagd. Geslaagd op meer dan een manier, ik was oprecht trots. Na de uitreiking van het certificaat en de bijbehorende patch was het weer tijd om Lusting te verlaten, met dank aan een mede cursist die me meenam naar Antwerpen.

    Ik had wel een cadeautje van mijzelf tegoed, dus halverwege de opleiding had ik een extra ‘kennismakingstraining’ overleven geboekt. Ik vond wel dat ik een mooie afsluiting van de week had weten te verdienen. En het past bij mijn doel om hier wat verder mee te doen. Het afsluiten van de week op deze wijze, midden in de winter buiten te spelen en te slapen was een goede keuze. Zondagochtend werd ik wakker in de sneeuw en ik wist dat het tijd is om hiermee verder te gaan.

    Wat het grot-moment betreft, de maandag daarna op weg naar het werk merkte ik dat ik mij weer ging opwinden over van alles en nog wat en tot mijn verbazing lukte het mij constant om terug te keren naar dat gevoel in de grot: loslaten op een nieuw niveau, wat een heerlijke ervaring. Nu keuzes gaan maken.

  • Lest we Forget

    Lest we Forget

    De Absurditeit van een Oorlog, Ieper 2018


    To the end, to the end, they remain.

    Net na half zes in de middag op 22 april 1915 golft een geelgroene wolk van bijna 6 kilometer breed over deze gronden heen. Blinde paniek overheersten bij de soldaten die in de loopgraven in het pokdalig landschap liggen. Sommige loopgraven waren leeg, toen de Duitsers optrokken, om in het landschap direct achter de loopgraven honderden doden aan te treffen. Soldaten die in blinde paniek vanuit de loopgraven wegvluchten. Slachtoffers die vechten om lucht, gele schuim om de mond die tegen de tijd dat ze bij de hulpposten aankwamen al waren gemengd met het bloed van bloedingen in hun luchtwegen en longen. 5000 soldaten die een verschikkelijke dood stierven en 10 – 15 duizend gewonden met vergiftigingsverschijnselen die voor een deel de rest van hun (korte) leven arbeidsongeschikt zouden zijn, dat zou de lugubere uitkomsten van deze eerste gifgasaanval moeten zijn geweest.

    Ik ga stil bij de absurditeit van deze locatie, ik sta op de plek waar op 22 april 1915 de eerste succesvolle gifgasaanval van de eerste wereldoorlog. Een bucketlist moment waarvan ik eigenlijk vond dat ik deze nog voor 11 november 2018 moest gaan doen, een bezoek aan de slag(cht)velden van Ieper.

    Stenen zoals zovelen

    Op donderdag 8 november kom ik aan op het station in Ieper aan en loop naar het door mij geboekt hotel. In aanloop naar wapenstilstandsdag is het erg druk, uiteindelijk sluit de wereld op deze dag 5 jaar stilstand bij 100 jaar tweede wereld oorlog af. Na de check-in loop ik eerst naar het ‘In Flanders Field’ museum en natuurlijk een rondje via de Menenpoort naar een eerste begraafplaats.


    In Flanders Field

    Ik stap op de fiets, voor vandag wil ik naar de plek waar de eerste ‘succesvolle’ gasaanvallen hebben plaatsgevonden. Een strook grond – eigenlijk niet veel bijzonders – net buiten Ieper. Je rijdt ervoor langs een industriegebied en het Ieper – Ijzer kanaal. Eigenlijk niets bijzonders, gewoon een weg zoals vele anderen. Een weg eigenlijk, zoals vele anderen er zijn. De realiteit komt eigenlijk pas binnen door de vele begraafplaatsen in de omgeving. In principe nooit minder dan 40 graven, want kleiner waren al verplaatst. Tientallen, honderden alleen al in de directe omgeving van Ieper.

    Vele jaren terug bezochten we met school de Slagvelden bij Verdun, met een groot osuarium waar je in kon kijken. Zo, in de ogen van een schedel van een onbekende soldaat. En dan te bedenken dat dit een van de duizenden soldaten was die in het knekelhuis terecht was gekomen en niet een van die duizenden die een graf hadden gevonden voor het osuarium. Een beeld dat altijd in mijn hoofd is blijven zitten en de reden waarom ik zo – daags voor 11 november 2018 – Ieper wilde bezoeken.

    Ik bezoek ook een van de loopgraven in de directe omgeving van Ieper, op een wel heel bizarre locatie. Letterlijk midden in een industriegebied, verstopt tussen grote fabriekshallen ligt de “Yorkshire Trench & Dug-out”

    Onder de indruk, bezoek ik die avond de Menepoort voor de last post ceremonie. Voor hen die nooit oud zullen worden en in Britse dienst zijn gestorven. Staande in een poort waar de namen van ongeveer 54.900 soldaten staan vermeld die nooit of soms pas jaren later een eigen graf hebben gevonden. De meesten van hen liggen nog ergens in de gronden langs de fronten van ‘Den Groote Oorlog”

    “They shall grow not old, as we that are left grow old: Age shall not weary them, nor the years condemn. At the going down of the sun and in the morning. We will remember them.” L. Binyon

    L. Binyon

    Na deze indrukwekkende ceremonie, ben ik nog een hapje gaan eten op de grote markt van Ieper en daarna terug op hotel voor een goede nacht.

    De volgende dat huur ik wederom een fiets en besluit drie routes min of meer te combineren, wat mij ongeveer 60 fietskilometers oplevert (waarvan er vreemd genoeg maar 46 van zijn geregistreerd). Ik begin mijn rit op de plek waar een van de bekenste gedichten uit de eerste wereldoorlog is geschreven ‘in Flanders Field’.

    Op deze plek, langs het front aan het kanaal in de dagen rond de grote gifgasaanvallen was in de dijk een hospitaal gevestigd. Een hospitaal was het nauwelijks te noemen, eerder de hel op aarde. Dagelijks kwamen hier honderden aan, werden geholpen en werden teruggestuurd of begraven.

    Het geheim van bijna elke begraafplaats langs de linies van Ieper en wellicht langs het gehele front van de eerste wereldoorlog: ‘den groote oorlog’. Vrijwel elke begraafplaats is ontstaan op een plek met een (veld)hospitaal of lazaret.

    Hier ontstaat ook de link met de ‘poppy’, de klaproos. In die tijd vrijwel het enige dat groeide op de slagvelden.

    In Flanders Field

    In Flanders fields the poppies blow Between the crosses, row on row That mark our place; and in the sky The larks, still bravely singing, fly Scarce heard amid the guns below. We are the Dead. Short days ago We lived, felt dawn, saw sunset glow, Loved, and were loved, and now we lie In Flanders fields. Take up our quarrel with the foe: To you from failing hands we throw The torch; be yours to hold it high. If ye break faith with us who die We shall not sleep, though poppies grow In Flanders fields. – John Mccrae 1915

    In Flanders fields the poppies blow

    Via een deel van de fietsroute die loopt langs de linies, rij ik door naar Tyne Cot en het nabij gelegen Passendael. De realiteit van de omvang, om de paar honderd meter tref je een begraafplaats, memorial of ander element aan dat verwijst naar de oorlog.

    Staande op een begraafplaats ergens midden in het veld, is het niet ongewoon het kruis van omliggende begraafplaatsen te zien staan. Het landschap dominerend als staande herinnering aan hen die niet oud worden. 

    Meestal voorzien van vele graven met een vergelijkbare tekst en een vaste onderlijn: ‘A soldier of the Great war, Known unto God‘. 
    En op Tyne Cot.. nog drie zeer recent gegraven graven.

    Honderd jaar later is de realiteit dat de Oorlog zich nog laat gelden. Nog meer onbekende soldaten, nog meer ‘ijzeren oogst’ komen boven tijdens het ploegen of de bouw en een enkele keer vraagt ‘den groote oorlog’ zelf nog om een menselijk offer. Niet vreemd als je bij enige regelmaat langs de weg niet ontplofte ammunitie tegenkomt, achteloos neergelegd in afwachting tot het moment dat de explosieve opruimingsdienst van het Belgische leger ze komt ophalen. Niet wetend of die huls zijn gevaarlijke lading bevat of dat het wellicht zelfs om een (lekkende) gasgranaat kan gaan. 

    Vele geschreven en ongeschreven verhalen uit deze oorlog komen samen rond Ieper. De ontploffende mijnen die werden gegraven onder de loopgraven van de tegenpartij, vind ik bizar. Het zien van de effecten daarvan, zelfs 100 jaar later nog zichtbaar in het veld. Tijdens mijn rit bezoek ik twee van die locaties, de ene gepland de ander onverwacht. Het gevaar van de mijnen is ook nu – 100 jaar later – nog ver van over, meerdere mijnen bestaan nog

    Het beeld van een aantal niet opgeruimde loopgraven in Noord-Frankijk staat mij nog bij van dat bezoek aan Noord-Frankrijk. Ook rond Ieper kom je ze tegen, soms bewust bijgehouden zoals op ‘Hill 62’. Maar soms ook gehouden zoals ze waren, zoals op ‘Hill 60’ waar honderd jaar later de loopgraven nog zichtbaar zijn in het landschap. 

    Rond Ieper gaat het leven gewoon door, 100 jaar later kom je op de meest willekeurige plekken de herinneringen van ‘den Groote Oorlog’ tegen. Soms bewust gebouwd, soms omdat men er niet om heen kon. Een oorlog om alle oorlogen overbodig te maken, vraagt eigenlijk altijd nog om offers en om niet te vergeten. 

    Hoe 11 november 1918 om 11 moet hebben geklonken is lang onbekend gebleven, recent werd aan de hand van een teruggevonden geluiddstrook een reconstructie gemaakt. Vooral de snelheid waarop de natuur de wereld weer overneemt weet mij te verbazen in dit geluidsfragment.

    An eerie sound, the moment the guns felt silent (11 nov 1918)

    Ik lever mijn fiets weer in en begeef mij naar het station voor de weg terug. Mij blijft bij de indrukwekkendheid van het slagveld dat geen andere oorlog heeft gekend en het het nieuws besef dat we ons te weinig beseffen hoeveel  bijna 75 jaar vrijheid en zonder grote oorlogen waard is. We leren maar niet van onze eigen geschiedenis. Dit was een bucketlist momentje de moeite waard.

    [rl_gallery id=”1833″]

  • Een modern Camelot

    Een modern Camelot

    Wat kasteel Camelot in 2018 zou zijn.


    Gustave Dore’s Idylls of the King

    In Camelot is het feest, het kasteel heeft net zijn missie en visie vastgesteld, het beschermen van Albion door grote ridders te gebruiken en magie daarbij in te zetten. Albion is transparant en natuurlijk erg klantgericht en dat allemaal onder de bezielende leiding van de grote koning Arthur. Dit wordt groots gevierd.

    Het managementteam van Camelot is de hei op gegaan en kiest er natuurlijk voor om een verander traject in te zetten. Bepaalde onderdelen van Camelot worden ondergebracht in gecentraliseerde shared-services organisaties. Zo worden natuurlijk de poortwachters, de ridders van de Ronde Tafel en de grote magiërs samengebracht. Zo kunnen ze zo effectief mogelijk worden ingezet en dat vergroot natuurlijk de tevredenheid bij de gebruikers.

    Bij het nieuwe poortwachtersloket is een geweldig effectief en nieuw systeem opgezet. Hierdoor zullen de poortwachters effectiever en service gericht ingezet worden. Het poortwachtersloket sluit een service level agreement af met Arthur dat iedereen die aan de poort komt te staan, binnen een uur geholpen zal zijn. Daarvoor heeft het poortwachtersloket na uitgebreide consultatie een proces ingericht: Bij aankomst aan de poort kan de aangekomen reiziger een formulier deponeren in de sleuf naast te ingang. De goedkopere onderdaan die onder de sleuf wacht, heeft zeer effectief de opdracht om enkel het formulier het centrale loket te brengen. Dit loket schrijft natuurlijk meteen een bevestiging uit dat het formulier in behandeling is genomen en de onderdaan brengt deze bevestiging weer terug naar de sleuf in de poort en geef de bevestiging op deze wijze uit.

    Het poortwachtersloket bekijkt vervolgens wie ingezet kan worden om de poort te openen. Het doel is om niet de hele dag een dure poortwachter bij de poort te hoeven neerzetten, want dat is natuurlijk niet effectief. Een andere goedkope onderdaan wordt vanuit het poortwachtersloket naar de poortwachter van dienst gestuurd om deze te halen. De onderdaan kan dan vervolgens de bevestiging terugsturen naar het poortwachtersloket dat hij onderweg is.

    Na een kwartier komt de poortwachter aan bij de poort en vraagt de reiziger naar zijn doel. Om goed inzicht te krijgen in de doelen van de reiziger en deze beter te kunnen helpen en de service aan te verbeteren, worden deze geregistreerd en moeten naar het poortwachtersloket gebracht worden. Die zorgt dan dat de eventuele vraag naar de tweede lijn verstuurd kan worden. Het managementteam beschrijf dit effectieve en klantvriendelijke proces: “Een reiziger wil aan het hof komen en meld zich aan de poort. Terwijl de poortwachter onderweg is en het doel bekend is, stuurt het poortwachtersloket een bericht naar het rondetafelloket. Die zal dan het verzoek beoordelen en stuurt bericht terug naar het poortwachtersloket. Het poortwachtersloket zorgt dat de poortwachter de uitkomsten van deze beoordeling krijgt en kan dan de reiziger binnenlaten en meteen naar de juiste persoon doorsturen. En natuurlijk moet de reiziger binnen het uur aan het hof staan, althans in 95% van de gevallen. “

    Drumnadrochit

    Merlijn met een belangrijke taak.

    Het is een zonnige dag, Merlijn is met een belangrijke queeste op weg naar Camelot. Vooraf had Merlijn met Lancelot gesproken en Merlijn zou bij aankomst ontvangen worden en direct naar Arthur gebracht worden. De queeste was een belangrijke haastklus. En hoewel het niet volgens protocol was, gaf Lancelot aan dat het wel zou moeten kunnen.

    Zoals afgesproken melde Merlijn zich bij de poort, waar hij een formulier moet indienen waarin hij aangeeft dat hij in overleg met Lancelot een dringende afspraak heeft met Arthur. De onderdaan is natuurlijk niet bevoegd zelf beslissingen te nemen en brengt het formulier naar het poortwachtersloket. Daar wordt het formulier beoordeeld en een bevestiging van ontvangst wordt meegestuurd met de bode die hem afgeeft bij Merlijn.

     Het poortwachtersloket vindt het verzoek wat vreemd en gaat overleggen met Morgana, die geeft het poortwachtersloket mee dat Merlijn met Lancelot moet overleggen. Het poortwachtersloket stuurt bericht terug naar Merlijn dat hij met Lancelot moet overleggen en sluit het verzoek af en stuurt daarom maar geen poortwachter.

    Het poortwachtersloket was blij, want ze hadden weer een reiziger geholpen en zich gehouden aan het SLA. Bij het managementteam heerst een jubelstemming, want ze hebben een belangrijke magiër zoals Merlijn nu goed geholpen binnen de daarvoor gestelde termijn en volgens de afspraken. Ze konden zich niet anders voorstellen dan dat Merlijn blij moest zijn.

    Merlijn en Lancelot

    Merlijn staat inmiddels drie kwartier te wachten voor de poort en krijgt het bericht dat hij met Lancelot contact moest opnemen en dat daarmee zijn verzoek was afgesloten. Merlijn neemt gelaten het antwoord in ontvangst en vraagt om Lancelot te spreken. Omdat de onderdaan volgens protocol moet werken, krijgt hij als antwoord een nieuw formulier in handen en krijgt te horen dat hij opnieuw een verzoek moet indienen. Als Merlijn aangeeft dat zijn bezoek belangrijk is, krijgt hij te horen dat hij niet luistert en dat dit juist het proces is om hem zo snel mogelijk te kunnen helpen.

    Geheel volgens de afgesproken procedure gaat het formulier weer naar het poortwachtersloket. Omdat het hier om een specifiek verzoek gaat voor een ridder, stuurt het poortwachtersloket dit verzoek naar het rondetafelloket. Die komt tot de conclusie dat Lancelot op jacht is en stuurt het verzoek door naar het magiërsloket met de vraag om Lancelot op te sporen. Dat is natuurlijk wel zo klantvriendelijk, om maar meteen de juiste actie uit te zetten. Het magiërsloket doet zijn werk en bekijkt meteen welke magiërs in staat zijn om Lancelot op te sporen en in de buurt zijn. Het magiërsloket komt tot de conclusie dat er een groot magier in de buurt is die geschikt is voor deze belangrijke taak. Het magiërsloket meldt het rondetafelloket dat ze een magier zullen vragen om Lancelot op te sporen en stellen meteen een bericht op voor deze grote magiër, zodat de reiziger aan de poort zo snel mogelijk geholpen kan worden.

    Het poortwachtersloket heeft natuurlijk Merlijn al eerder bericht dat ze de afgesproken termijn van een uur niet gaan halen en dat de afhandeling wat langer gaat duren, dat is natuurlijk wat je doet om klantvriendelijk te zijn en de reiziger geïnformeerd te houden.

    Anderhalf uur na het verzoek om Lancelot te spreken gaat eindelijk de poort open en komt er een onderdaan naar buiten. De deur sluit weer achter hem. Op dat moment krijgt Merlijn te horen dat er bericht is vanuit de gleuf naast de poort en meldt de onderdaan die naar buiten is gekomen zich met een bericht voor Merlijn.

    Omdat Merlijn al zolang wacht, neemt hij natuurlijk eerste het bericht uit de gleuf aan een leest deze meteen. Hij krijgt te horen dat Lancelot niet op het kasteel is en dat ze meteen hulp hebben ingeschakeld om Lancelot op te sporen en hem zo snel mogelijk naar Camelot te krijgen om dit probleem zo snel mogelijk op te lossen.

    Merlijn neemt het bericht aan van de onderdaan die net naar buiten is gekomen en ziet dat dit een belangrijk bericht is van het Magiërsloket, eentje met hoge prioriteit.

    Myrddin Emrys,

    Voor de poort van het grote Camelot staat een belangrijke reiziger, deze belangrijke reiziger heeft in overleg met met Sir Lancelot du Lac een afspraak staan met Koning  Arthur Pendragon. Met oog op de veiligheid van Koning Arthur Pendragon en zijn hofhouding is het nodig om dit te controleren. Sir Lancelot du Lac is helaas niet aanwezig en zijn locatie is ons niet bekend.

    Gelet op het kennelijk belang van deze afspraak verzoeken wij u nederig om uw gaven aan te wenden en Sir Lancelot du Lac voor ons op te sporen en het bericht te geven met grote spoed terug te keren naar Camelot.

    Wij verzoek u de resultaat van uw actie via de Heraut die wij u hebben verstuurd aan ons terug te koppelen zodat wij dit kunnen melden aan deze belangrijke reiziger.

    Met vriendelijke groet, 

    Het magiërsloket

    Merlijn laat van zich horen

    Merlijn pakt na het lezen van dit bericht zijn staf en steekt deze in de lucht, de staf begint te stralen en Merlijn begint te prevelen. Het is duidelijk een spreuk, want uit de staf beginnen bliksemstralen te verschijnen. Vanuit hun mooie witte – van ivoor gemaakte – torens kijken mensen vanuit de drie shared-service loketten naar dit unieke schouwspel. Met volle verwachting dat Merlijn meteen Lancelot weet te vinden en dit probleem klantvriendelijk opgelost kan worden. Er staat nu eenmaal een belangrijke klant voor de poort en dit kan al hun problemen in een keer oplossen.

    Een grote knal, een lichtflitst en wat rook. De verwachtingen in de toren stijgt, zelfs het managementteam staat al mee te kijken. Langzaam verdwijnt de rook en de mensen in de toren staan vol verbazing te kijken.

    En beneden, op het binnenhof zien ze Merlijn met grote stappen het hof oversteken direct naar de ingang van de grote zaal waar Koning Arthur zit en vol ongeloof zien ze dat de poort – de poort waar ze voor verantwoordelijk zijn – is verdwenen.

    Wat zou Camelot in 2018 toch veel op mijn werkgever lijken.

  • Nessie en de Highlands, een spontaan bucketlist momentje

    Nessie en de Highlands, een spontaan bucketlist momentje

    Even was ik er klaar mee en moest weg. Lekker ouderwets vertrekken en gaan. En dan natuurlijk wel in combinatie met mijn huidige hobby van het mountainbiken. Al enige tijd dacht ik na over een bezoek aan de Highlands, dus was de bestemming al snel gekozen: Inverness. Ik wilde mijn eigen mountainbike mee, dus was het idee al snel geboren om een combinatie met boot en trein te organiseren. Uiteindelijk maakte ik midden in de nacht tijd om te gaan plannen en zat ik achter mijn pc.

    Met de boot van Hoek van Holland naar Harwich, dan met de trein naar Londen en dan maar eens uitzoeken hoe je van Londen met de trein naar Inverness komt. Natuurlijk had ik al wel van de Caledonian Sleeper gehoord, laten we maar eens gaan kijken wat de mogelijkheden zijn. Na het nodige puzzelen, had ik mijn rit op de besloot ik in Inverness maar een mountainbike te huren. Ik moest en zou natuurlijk op bezoek bij Nessie.

    Tot in de ‘wee hours’ ben ik bezig geweest om mijn rit te plannen, dus tijd om dat bekende nachtje slapen te pakken. Heerlijk uitgeslapen bedenk ik mijzelf wat ik mee wil nemen, natuurlijk moet ik mijn fietskleding meenemen en mijn gewone kleding. Toch een grotere tas dan ik had bedacht, zo’n helm neemt stiekem meer ruimte in beslag dan verwacht. Gelukkig is het maar voor een paar dagen, dus echt druk maak ik mij niet. Oeps, ik moet naar de bushalte, de metro rijdt nog niet tot aan Hoek van Holland Haven. Dan gaat het ineens snel, in de haven loopt de check-in soepel – of dat over een jaar nog zo is. Op zoek naar mijn hut, tas neerleggen en alvast een drankje doen. Natuurlijk een goede pint stout op het dek en een kop thee voor het slapen gaan. Om dan op het deinen van de zee in slaap te vallen en in de ochtend fris wakker te worden.

    Zo volgde een dagje Londen, een plek waar ik duidelijk al lang niet meer was geweest. Ik drop mijn bagage en loop langs veel verschillende bekende en minder bekende plekken. Een hapje eten doe ik in de Docklands, waar je nauwelijks nog een toerist tegenkomt. Dat zij natuurlijk de mooiere plekken om te zijn.

    Ik geniet en vermaak en verwonder mij enorm. Over de stad, de mensen en plekken en over de Oystercard. Over het gemak waarmee ik mij door de stad beweeg, alsof ik er al jaren kom. Als ik aan het eind van de dag op het station terugkom om met de nachttrein verder te gaan, staat er stiekum inmiddels 33 wandel kilometer op de teller. Het voelt goed.

    Ik mag het perron op voor de check-in en het vinden van mijn plekje in de trein. Dat ze vervangen moeten worden is duidelijk, hoewel comfortabel heeft de trein nog het gevoel van de luxere versie uit de jaren 70. Em dat klopt wel, de wagons zijn ruim 50 jaar oud. En in Engeland betekend dat ook nog dat alle deuren handmatig en buitenlangs geopend moeten worden.

    Ik heb mij laten verwennen door de Schotse gastvrijheid en vriendelijkheid. Wat een wereld van verschil, zelfs al op de trein. De trein had problemen, dus in Abberdeen werden volgde ‘Berthing’ van alle zitpassagiers. We kregen een echt bed toegewezen, met alle extraatjes erbij.

    In de ochtend werd ik wakker in een hele andere wereld. Besneeuwde bergtoppen en een geweldig landschap, zo uit de film. Ik was in Schotland.

    Na een goed ontbijt, waar de Schotse gastvrijheid ook weer uit bleek heb ik nog een poosje kunnen genieten van geweldige vergezichten die een belofte vormden voor de rest van mijn reis. Inverness (of moet ik eigenlijk zeggen ‘Inbhir Nis”) kwam bijna onverwachts.

    Het was vroeg, ik liep naar hotel om mijn bagage achter te laten en vervolgde mijn weg maar Highlandbikes. Ik wilde daar een mtb voor drie dagen huren en dat lukte ook nog. Met wat lokale extra kennis op zak, vertrok ik op mijn trouwe ros voor drie dagen. Wel even wennen overigens, een Big7 met 2×8 speed.

    De eerste dag gebruik vooral om warm te rijden en de mtb te leren kennen. Deels via de normale wegen, deels via fietspaden en af en toe tussendoor fiets ik naar het slagveld van Culloden en naar wat andere bijzondere plekken in de ongeving. Natuurlijk was het gaan regenen op het monent dat ik op de fiets stap en heb ik vooral genoten van het Schotse weer. En natuurlijk trekken de leuke kleine weggetjes met bochten waar je niet voorbij kunt kijken het meest. Ik probeer ook vandaag al Loch Ness te bereiken, hoe lastig het is om daar te komen op de mountainbike zonder over de extreem drukke A-wegen te rijden blijkt wel weer. Ik zie veel van de rivier Ness, het Calledonian kanaal – maar Lochend haal ik vandaag niet.

    Wat was ik blij met de kans en eer om een echt schots product in zij natuurlijke omgeving te kunnen gebruiken. Al jaren draag ik met plezier mountainbike kleding van Endura, een echt Schots merk. Juist tijdens het echte schotse weer, blijkt weer hoe goed het spul is.

    Ik kwam natuurlijk naar Inverness op zoek naar Nessie, dus na een Schots ontbijt pak ik mijn spullen en mijn bike en volg de ‘Great Glen Way’ richting Loch Ness. Uiteindelijk 30 kilometers op een onregelmatige route dat op delen als een singletrack aanvoelde en met toppen tot 480 meter ook niet echt vlak lag. Onderweg heb ik ook nog een aantal singletrack genomen vlak bij Abriachan. De route was uitermate uitdagend op stukken en gaf mij meer dan eens een spannende workshop over rockgardens, onoverzichtelijke gedeelde stukken, leuke drops en mooie klimmetjes en af en toe ook nog door beekjes heen. Helemaal mooi was onderweg een geweldige gelegenheid om een kopje koffie met een ‘sponge cake’. Het kopje koffie bleek een halve kan te zijn en de sponge cake met heel veel liefde en aandacht en met lokale (eigen) producten gemaakt.

    De beloning van al die inspanning volgde vervolgens na de verse koffie met uitzicht over Loch Ness en natuurlijk voegde ik een steen toe aan de cairn die deze geweldige plek aangaf. Even later zag ik tussen de bomen in Loch Ness iets, was dat toch Nessie? Was het haar toch echt? Ineens begreep ik waarom je met veel inbeeldingsvermogen een monster kon zien liggen. Vanaf dat punt zag ik ook mijn uiteindelijke doel, “Caisteal na Sròine” (Urguhart) vlakbij Drumnadrochit. Mijn benen waren blij met de pauze en een bezoek aan dit kasteel was bijzonder. Terug naar Inverness bleek een enorme uitdaging te zijn, daar waar de heenweg indrukwekkend was, bleek de terugweg vooral zwaar en afzien te worden. Ik heb het geweten toen ik ’s avonds om half tien terug kwam op hotel. Nog net op tijd om een paar boodschappen te halen en mijn bed op te zoeken. Ik had die dag ruim 80 kilometers op de mountainbike door de Schotse hooglanden achter de rug, moe en voldaan en vooral kapot – maar een enorme ervaring rijker.

    Heerlijk geslapen en na wederom een goed ontbijt brak mijn laatste dag aan. Eerst nog een paar uurtjes in de ochtend in de omgeving buiten de gebaande paden rijden, ik merk de eerste twee dagen inmiddels goed in mijn benen. Kracht zetten in de klim gaat lastig en mijn lichaam wil eigenlijk niet meer. Dus uiteindelijk ga ik terug naar hotel, het was toch tijd om uit te checken. Nog snel even onder de douche en wat normalere kleding aan. Mijn tassen gaan weer in de bewaring en ik pak de mountainbike die ik uiteindelijk voor drie dagen had gehuurd en ga de meer toeristische plekken in de omgeving verkennen. Inverness kasteel, rivier de Ness en zelfs de botanische tuinen. Uiteindelijk via het fort Craig Phadrig terug naar Inverness, waar het tijd is om mijn mountainbike in te leveren en richting hotel te gaan. Natuurlijk kan het niet dat je zonder een goede fles schotse whisky het land weer verlaat, dus onderweg heb ik mij nog een keer goed laten informeren bij een lokale whisky huis, waar ik met een fles wegloop die wat meer kost dan de gemiddelde fles die ik thuis heb staan. Maar dan heb je ook wat, achteraf blijkt de fles van de Brackla distillery een absoluut een hele goede keuze te zijn geweest. Ik moet maar eens kijken of die ook in Nederland te verkrijgen is, ik heb een nieuwe voorkeur.

    Na mijn bagage te hebben opgehaald, had ik nog net tijd voor een heerlijke maaltijd en een goed fles bier. Hoe een klein familierestaurant een plek heeft liet “The Riverside Restaurant” wel zien. Na een heerlijke maaltijd was het tijd om weer richting het station te gaan om aan de reis terug te beginnen. Hoe je met twee keer overstappen in eens weer in Den Haag staat.

    Kennelijk had ik op de weg terug weer dezelfde wagon, maar was de storing nog steeds niet voorbij. Gelukkig had ik mijn zaklamp mee, want die was hard nodig. Met knaklichten en zaklampen en een vriendelijke staf haalden we Perth, waar we wederom een bed kregen toegewezen. In de ochtend kwamen ze zelfs mijn besteld ontbijt brengen, porridge met koffie. Weer een geweldig voorbeeld van het vriendelijke personeel aan boord van de trein en de Schotse gastvrijheid.

    Natuurlijk nam ik de tijd om Londen verder te verkennen, het kleinste politiebureau ter wereld was mijn eerste stap. Want dat bracht mij precies op tijd bij de Churchill war room want de lijn achter mij liep al heel snel vol. Wat dit bezoek nog bijzonderder maakte, was dat ik hiermee het verhaal van de Yalta Conference vanuit het oogpunt van alle drie de deelnemers heb mogen meekrijgen. Want je hebt natuurlijk geen museum over Churchill zonder het hierover te hebben, al was het maar kort.

    Het is ook in dit museum dat ik het meest nabij de deur van ‘Downingstreet 10’ kon komen, tenminste de deur die er tijdens de oorlogsjaren inzat. Want verder is het gebied van Downingstreet afgezet en enorm beveiligd. De rest van de dag heb ik gebruikt om de afwijkende versie van de ‘changing of the guards’ te bekijken, niet voor Buckingham palace waar ze nog een feestje hadden vanwege een of ander huwelijk, maar op de Horse Guards Parade aan het eind van ’the Mall’. De ceremonie zou van begin tot eind bijna anderhalf uur duren, mijn respect voor al die mensen die klaar staan.

    Vervolgens loop ik nog meer plekken van Londen af en besluit ik nog naar het London Transport museum te gaan. De dag vliegt om en voor ik het weet is het weer tijd om naar het station te gaan. Ik pak de directe trein naar Rotterdam en heb dan alleen nog een intercity te nemen naar Den Haag. Met aan boord een goede maaltijd, gezellige mensen en twee tussenstops vliegt de tijd en omgeving letterlijk voorbij. De trein blijft een goed alternatief voor het vliegtuig, maar alleen nog wat aan die prijs doen. Het is natuurlijk ook geen eerlijke concurrentie als het vliegtuig nauwelijks belasting moet betalen en de trein de volle pond.

    En ineens sta ik weer in mijn woonkamer, een heerlijke paar dagen later en toch mis ik het reizen nu al…

     

     

    [rl_gallery id=”1656″]