Als burgerhulpverlener hoop je elke keer weer een klein verschil te mogen uitmaken voor de mensen om je heen. Elke keer als mijn pager gaat en in een rood scherm “REANIMATIE OPROEP” zie staan, gaat intussen een bekend proces in mijn hoofd lopen. Ik kijk het adres na en beoordeel hoe ver weg dat adres is en of het realistisch is om daar tijdig aan te komen. Dan trek ik mijn schoenen aan en loop naar mijn schuur, daar staat mijn fiets en ik bedenk mij de snelste route naar het adres toe. Onderweg pak ik mijn beademingsmasker mee, je weet uiteindelijk maar nooit.
Wat er daarna gebeurd is elke keer verschillend. Ik heb intussen ook de meest bizarre reanimatie oproepen hier in de buurt mee gemaakt. Een deel daarvan heeft spijtig genoeg het nationale nieuws gehaald en bij veel mensen een indruk achtergelaten. Ook bij mij, geen angst – maar berusting.
Elke reanimatie oproep die ik ontvangt, veroorzaakt ook een klein conflict in mijzelf. Een conflict tussen dat gaat tussen het eigen gemakt en de wens om dat kleine verschil te mogen uitmaken in deze wereld. Een krachtige bron om op door te gaan.
In die 200 keer heb ik ook een interessante ontwikkeling zien gebeuren, waarbij een versterking en professionalisering een rode draad lijken te zijn. Inmiddels mogen we onszelf First Responder Reanimatiezorg noemen en is er veel meer aandacht aan de rol en plek van de burgerhulpverlener in het geheel.
Zojuist kom ik terug van oproep nummer 200, een vreemd moment om bij stil te staan. Die 200 keer staan ook voor al die “first responders reanimatiezorg” die dagelijks klaar staan om het verschil uit te mogen maken.
Wil jij ook een verschil kunnen maken? Je hebt een reanimatiediploma of bent zorgprofessional en je hebt je nog niet aangemeld? Ga dan naar HartslagNu!
In ons dagelijks leven worden we vaak verleid om bij conflicten te denken aan interpersoonlijke problemen die op te lossen zijn. Soms gaat een conflict het interpersoonlijke ver te boven en is echt hulp nodig. Als vrijwilliger van het Rode Kruis mag ik onderdeel uitmaken van een kleine groep die klaar staat om te ondersteunen op die momenten dat een pandemie uitbreekt, een trein ontspoort of een andere calamiteit zich voordoet. Daarop voorbereid zijn maakt daar onderdeel van uit en niet alleen in de vorm van training en oefeningen.
Als evenementenhulpverlener draai ik jaarlijks mooie diensten. Dat doe ik meestal als hulpverlener op de bike in een bike-team. Soms zijn het heerlijk rustige diensten en heb ik tijd voor een babbeltje en kan ik meekijken met collega’s.
Tijdens andere diensten heb je geen rust, omdat je van incident naar incident onderweg bent. Zit je voor meerdere slachtoffers gelijktijdig te wachten op aanvullende hulp of een ambulance. Krijg je te maken met een gedeeltelijke amputatie, een oververhitting of een reanimatie. En in uitzonderlijke gevallen rij je in overleg met de ambulancedienst mee op 112- meldingen of sta je ineens de rest van de dag in een civiel veldhospitaal. Natuurlijk kan ik dat alleen maar dankzij vele collega’s die op deze evenementen keihard werken om het zo goed mogelijk te laten gaan, naar hun gaat mijn grote dank.
Echt heel vaak vertel ik er niets over, omdat ik het de gewoonste zaak van de wereld blijf vinden om anderen te helpen. Ook sta ik niet graag herkenbaar op de foto of ander beeldmateriaal. Toch kom ik er niet altijd onderuit en zie ik mijzelf live op de NOS. Of kom ik mijzelf gewoon wekenlang tegen op de grote stations in Nederland. Of zoals in dit geval op gewoon geweldige foto’s, waarop ik onherkenbaar sta, maar eigenlijk te mooi zijn om niet te delen.
De ervaring van dit vrijwilligerswerk, breng ik ook mee naar mijn studie en professionele leven. Ik ben bedrijfshulpverlener en maak onderdeel uit van de collegiale opvang. Helpt de ervaring mij in het dagelijkse werk, door af en toe anders te kijken naar wat ik doe. En zie ik een geweldig mooie verbinding ontstaan met de kracht van het conflict.
In 2017 had ik een bijzondere ontmoeting in Lustin, toen ik opging voor mijn Wilderness Advanced First Aid bij Outward Bound Belgie. Een bijzondere ontmoeting waar ik nog elke dag met plezier aan terugdenk en waar ik graag een vervolg aan wilde geven. Toen de Wilderness First Aid Bridge aangebonden werd, hoefde ik dan ook niet lang na te denken over deze kans.
Net als de vorige keer begon het met de treinreis naar Lustin, een bijzondere ervaring als je daarvoor met de NS wil gaan reizen. Het maakt de reis in ieder geval spannend als je je “aansluitende” trein op een paar seconden na mist, omdat je achter die “aansluitende” trein vaststond. Gelukkig had ik niet gekozen voor de laatste trein naar Lustin. Aankomen in het donker en de wandeling naar de locatie is een rustmomentje in zichzelf. Zozeer zelfs dat het lieve Waalse echtpaar dat mij een rit aanbood, mij wel voor gek heeft moeten verklaren. Wie laat een autorit van 10 minuten schieten voor een wandeling van 40 minuten, mijn favoriete kant op: uphill. Het was wel een wandeling die voor meer dan de helft langs de Maas voert.
Het was een gezellig terugzien van het huis en net als de vorige keer kon ik een bed vinden en aan de thee. Met de nieuwe matrassen was het dit keer zelfs goed slapen. Net als de vorige keer ontmoette ik de meeste meeste deelnemers aan het ontbijt. Ik voorzag weer een aantal mooie dagen met beelden die inmiddels wat minder alleen op discovery langskwamen. Mijn instructeursteam waren dezelfde mensen die ik in 2017 ook voor mij had staan, ik wist dus dat ik een hoogwaardige en intensieve vier dagen tegemoet kon zien. Ik had er nog meer zin in.
De eerste dag stond vooral in het teken van veel herhalen en meteen verdiepen van de stof van het vorig jaar en natuurlijk een paar mooie simulaties. Want ook dit jaar waren de vier – intensieve – dagen een afwisseling van veel praktijk en theorie, wat juist deze opleiding zo bijzonder interessant maakt. Dat en natuurlijk het paaldansen op hoogte dat uit de hand liep. Gelukkig was dit natuurlijk slechts een van de simulaties tijdens deze opleiding.
Ook dit keer waren de maaltijden bijzonder goed verzorgd, echt onderdeel van het gastvrije onthaal bij Outward Bound. Het maakt die vier dagen net dat beetje extra mooi. Tijd om met elkaar te praten, even tot rust te komen en na te denken over wat de avond zou brengen. Helaas dit jaar geen uitgebreide verhalen en filmpjes, maar praten en leren en natuurlijk onder het genot van een heerlijk biertje. Zo raakten we van een discussie over de Belgische politiek (waar ze zonder regering kunnen overleven), via de platte aarde theorie naar kattenfilmpjes en de trollenknots.
Verdiepende verdiepingen komen altijd op momenten dat je ze niet verwacht. Bewustwording van het constant overal tegen willen vechten is een rode draad voor mij geweest dit jaar, ik ben het jaar begonnen met de bewustwording dat ik dingen anders wil. Het was nog zoeken naar het hoe en wat. Hoe dan ook, ik kwam in mijn eigen allegorie van de grot [wiki] terecht. De uitwerking van Plato over hoe de menselijke kennis staat in relatie tot de realiteit, voorgesteld door gevangenen in een grot die zelfs als ze hun ketenen afwerpen niet van hun werkelijkheid in de grot weg zouden willen. De weg uit de grot staat symbool voor de groei. Hoe had ik kunnen weten dat je die allegorie ook letterlijk kon nemen.
De woensdag stond in het teken van de grote simulatie. In de ochtend werd ik gevraagd of ik bereid was om in plaats van de EHBO-handelingen te doen, een coördinerende rol wilde vervullen in deze simulatie. Toen begon bij mij het verhaal van de aannamen, de invullingen en de diepe leercurves en vaak mijn hoofd stoten.
Mijn beeld van een grot was er eentje zoals we die in Nederland kennen van het schone Limburgse land of die van de grotten van Remouchamps nabij Spa. Op basis van die beeldvorming, ga ik mijn informatie verzamelen en mijn plan opstellen. Ik probeer een beeld te krijgen van wat ik ga aantreffen en wat ik kan verwachten. En toegegeven, ik dacht dat even dat ik wel iets aan voorbereiding had gedaan.
Foto: Diesel
We doen de briefing, halen het materiaal en bereiden ons voor. Hup in de bus, natuurlijk na de verplichte groepsfoto. Mijn team die was wel klaar voor de simulatie. Mijn team wel 🙂 Het begon al fout te gaan bij aankomst, toen we langs de weg stonden en ik mij afvroeg waar in vredesnaam de ingang van die grot zou moeten zijn. Door een klein schuurdeurtje kwamen we in een soort van binnenhofje uit met een deur. Nog voor we naar binnen gingen, liep mijn plan al fout 😉 Een van onze deelnemers was tevens (mede)beheerster van de betreffende grot en moest voorop, dat was nog wel op te lossen.
Daarna ging het snel bergafwaarts met mijn plan en mijn ego, de deur ging open en ik sloot bijna de rij af van mensen die naar binnen gingen. Geleerd om bij nabij de uitgang de centraalpost te hebben, zodat communicatie naar buiten en opvang van de hulpdiensten mogelijk was – positioneerde ik mij bij de ingang. Terwijl ik keek naar dat minieme gaatje waar ineens iedereen doorheen aan het kruipen was. Zo had ik mij die grot toch echt niet voorgesteld. In eerste instantie hield ik mij aan mijn plan en stuurde het team vooruit, waarna wij alsnog werden geroepen om mee de grot in te gaan. Dat was ongeveer het einde van al mijn plannen, de grotingang was alleen mogelijk door een gang die zo breed was dat je je ook echt aan die keuze conformeerde. Omkeren halverwege of niet verdergaan zat er niet in. Na zo’n vijftig meter kruipen bekroop mij ineens een heel ongemakkelijk gevoel, even kwam mijn natuurlijk gedrag op dit soort situaties naar boven en ik wilde gaan vechten. Ik wilde vechten om zo snel mogelijk langs of met al het materiaal bij de plek te komen waar we moesten zijn, om mij met de medische handelingen te gaan bemoeien en vooral omdat ongemakkelijke gevoel van binnen aan te pakken. ‘Freeze, Flee or Fight’, ik weet wat mijn natuurlijke reactie is.
Ineens besefte ik mij hoe onmogelijk het was om op die plek in gevecht te gaan met wat dan ook. Hoe onmogelijk het is om de wanden van de gang zelfs maar voor een micrometer aangepast te krijgen en hoe onmogelijk het is om de situatie onder controle te krijgen, laat staan te houden. Op dat moment hoorde ik mijzelf zuchten en realiseerde ik mij ineens wat ik deed en de onzin daarvan. Terug kon ik niet, vechten was een onmogelijkheid en bevriezen was ook uitgesloten. Daar kroop ik, zonder ook maar de mogelijkheid te hebben enige oer overlevingsmechanisme dat ik in mij heb te gebruiken. Er zat dan ook niets anders op dan mij over te geven aan wat er gebeurde en aan het gevoel dat in mijn opborrelde, te accepteren dat mijn plan had gefaald en dat ik ineens vol zat met emoties.
Het resultaat was volledig het tegenovergestelde van wat ik van mijzelf kende. Ik werd volledig rustig en kon mij overgeven aan de situatie en daarmee er grip op krijgen. Geen controle, maar wel besef, grip en bewustwording. Ik voelde een rust over mij heen komen die ik nog niet zo vaak ben tegengekomen.
Omdat de begeleider die ons had gezegd toch mee te komen niet had gewacht, was het kruipen ook nog een zoektocht geworden. Een hele harde les over nog meer aannamen en beelden, een hele harde les die mij nog beviel ook. Uiteindelijk zouden ze ons niet in een grottenstelsel loslaten waar we de halve wereld zouden kunnen vinden. Had ik nu echt de rust om mij dat te realiseren?
Aangekomen op de plek van het ongeval, gebeurde er nog veel meer. Intussen had mijn team zich dus georganiseerd en de persoon die de medische leiding op zich had genomen kwam direct naar mij toe om mij te brieven. Dat ging op een gegeven moment naar mijn idee te diep, maar ik merkte al snel dat ze zich had voorbereid dat ik ook daar het gevecht niet moest aangaan om mijn ‘gelijk’ te gaan halen. Toen kwam de onvermijdelijke vraag: wat doen we verder.
Mijn handen jeukten om naar beneden te gaan, ik had inmiddels ook tijd gehad om de situatie iets te boordelen en ik kwam tot de conclusie dat ik geen toegevoegde waarde zou hebben door naar beneden te gaan en te proberen die rol op mij te nemen. Ik heb vervolgens haar weer naar beneden gestuurd en ben gaan communiceren. Ik kreeg mijn beeld steeds beter rond en kon gaan oordelen wat op dat moment nodig was. Ik besloot toen van bovenaf de zaak te blijven aansturen. De eerste lopende slachtoffer kwam al naar boven en het andere slachtoffer had het helaas niet gehaald. Daarmee had ik het nog niet gehad, het werd nog interessanter.
Er werd gevraagd om een gidslijn om het slachtoffer dat op de wervelplank werd gelegd naar boven te halen. ‘Shit’ was mijn eerste gedachte, ik weet net iets meer van touwen dan ik van grotten wist – ik had uiteindelijk mijn ’toprope’ gehaald. Maar daar hield mijn kennis van touwen dus ook mee op. Gelukkig wist ik dat twee mensen uit mijn team experts waren op het gebied van touw en toevallig had ik een van de twee al naar boven laten komen. Ik had intussen een klein team boven staan dat ik formeerde en onder aansturing van de ‘expert’ zette. Hij wilde eerst de rol aan een ander overlaten, omdat die al veel meer ervaring had, maar ik kon hem overtuigen dat dit voor hem wel degelijk een goede kans was. Dus, hij pakte ook de rol.
Ook hier was mijn eerste gedachte, damn – ik wil het allemaal zelf kunnen. Maar de net gevonden rust van het eerdere kruipen kwam ook naar boven en ik concentreerde mij op mijn eigen rol en bracht het vertrouwen op in deze mensen die ik zelf pas twee dagen kende. Ik had een plek gevonden die mij een goed beeld gaf over het geheel, ondanks dat ik niet helemaal veilig stond. Het beeld van het incident werd mij steeds duidelijker. De dienende leider, ineens begreep ik niet alleen de theorie – ik deed het ineens. Al lerend en al doende, wat een ervaring – wacht, ‘ervaringsleren’.
Foto: Diesel
Het slachtoffer was geëvacueerd en de simulatie ten einde, maar ik zat nog altijd in mijn eigen rol en had zoveel overzicht dat ik zelfs kon aangeven waar welk lid van mijn team, de ‘vrijwillige’ slachtoffers en de begeleiders waren. Uiteindelijk sloot ik achteraan de kruipende stoet aan, met alleen onze hoofdtrainer nog achter mij. Buiten gekomen was een deel van mijn plan gelukt, ik had gezorgd dat iedereen weer uit de grot was gekomen.
Ik merkte dat ik ontspannen was op de weg terug door de grot, terwijl ik de kruip – door – sluip – door ervaring nog wat verder doorleefde. En bijna de uitdaging aanging om nog wat meer grenzen op te zoeken door terug te willen en de andere route naar de uitgang te pakken. Uiteindelijk niet gedaan, het had lang genoeg geduurd.
Teruggekomen, moest ik een van de trainers positief verbazen. Die had zich – overigens volledig terecht – afgevraagd of ik een overzicht had van wat er gebeurd was in de grot. Deze uitdaging ging ik graag aan, meestribbelen had ineens een andere betekenis. Ik deed de debriefing van de scene size-up. Daarbij gaat het over de veiligheid, de aantallen en het incident zelf. Zelfs tot mijn eigen verbazing, deed ik de scene size-up bijna vlekkeloos en op basis van de informatie die ik zelf had verzameld. Ik voelde een bepaalde mate van geluk in mij opkomen, ondanks alles had ik mij hervat. Dit was een workshop die ik niet voorzien had: Leiderschap (of beter gezegd, een versnelde workshop cave-rescue [wiki] voor Dummies).
Die avond hervond ik een soort van rust en kon mij op de laatste dag voorbereiden. Een aantal bijzondere leerpunten stonden op de lijst. Gebruik van de stethoscoop om longen te luisteren (moet ik toch echt gaan oefenen), het gebruik van naald en het opzuigen van medicijnen en het schoonmaken (debridement) van wonden. Weer een stapje op weg naar nog beter hulp kunnen verlenen.
De Mobiele Brigade
Het bijzondere is dat de moderne wereld ook de wildernis heeft weten te vinden. Terwijl de bebloede varkenspoten, waar we op moesten werken op tafel stonden – kwam er natuurlijk een beeld naar voren dat we allemaal wel kennen. Of dat nu is bij de hulpverlening, een ongeluk of wanneer er een bekende Nederlander / Vlaming / Belg of Cataloon langskwam: de mobiele brigade.
Toen kwam het examen. Goed lezen was niet meer mijn sterkste punt op dat moment en ik maakte een aantal voorkoombare fouten in mijn examen, maar he – ik was geslaagd. Geslaagd op meer dan een manier, ik was oprecht trots. Na de uitreiking van het certificaat en de bijbehorende patch was het weer tijd om Lusting te verlaten, met dank aan een mede cursist die me meenam naar Antwerpen.
Ik had wel een cadeautje van mijzelf tegoed, dus halverwege de opleiding had ik een extra ‘kennismakingstraining’ overleven geboekt. Ik vond wel dat ik een mooie afsluiting van de week had weten te verdienen. En het past bij mijn doel om hier wat verder mee te doen. Het afsluiten van de week op deze wijze, midden in de winter buiten te spelen en te slapen was een goede keuze. Zondagochtend werd ik wakker in de sneeuw en ik wist dat het tijd is om hiermee verder te gaan.
Wat het grot-moment betreft, de maandag daarna op weg naar het werk merkte ik dat ik mij weer ging opwinden over van alles en nog wat en tot mijn verbazing lukte het mij constant om terug te keren naar dat gevoel in de grot: loslaten op een nieuw niveau, wat een heerlijke ervaring. Nu keuzes gaan maken.
Ik liep al een poosje met de wens om een Wilderness First Aid cursus te gaan doen. Ik ben gaan zoeken en het vinden van een goede cursus bleek niet zo makkelijk te zijn. Ik vond Outward Bound Belgie die jaarlijks een WMA – WAFA organiseert. De Wilderness Advanced First Aid is een vrij uitgebreide cursus gericht op de EHBO in gebieden waar hulp uren of zelfs dagen kan uitblijven. Ik vond het wel een goed idee om eens wat heel anders te doen – en dat bleek het lange weekend zeker te zijn.
De treinreis naar Lustin begon lastig, maar verliep uiteindelijk soepeler dan verwacht. Onderweg had ik de gelegenheid om de luchthaven Zavetem te bezoeken. Een kans waar ik een paar dagen later veel aan zou hebben, een bijeenkomst waar de aanslagen uit 2016 een onderwerp zou zijn. Een kop koffie en een broodje verder, had ik de trein die mij direct naar Lustin bracht.
In Lustin aangekomen, was het koud en nat en natuurlijk al donker. Ik was een paar uur eerder dan verwacht en besloot uiteindelijk niet op de bus te gaan wachten, maar dat stukje te lopen. Drie kwartier stevig doorstappen mijn favoriete richting op – ‘uphill‘ – kwam ik aan in het outbound huis. Daar werd ik warm ontvangen en kon ik een bed uitzoeken. Na een goed gesprek en een warme kop thee, ben ik het bed ook gaan opzoeken.
De volgende ochtend aan het ontbijt, leerde ik de meeste deelnemers kennen. Een enkeling zou nog later komen. Wat mij vrijwel meteen opviel, was hoever ik afstond van de gemeenschappelijke ervaring van deze groep. Iets wat mij niet vaak overkomt en daarmee voor mij meer dan een louterende ervaring zou gaan worden. Ik heb vier dagen verhalen gehoord die mij alleen mijn wildste dromen en op discovery channel voorkomen. Althans, nog wel. Een half uur in de introductie was er nog een moment, iemand die meteen mijn aandacht trok kwam binnen. Helaas is het niet gelukt om tijdens deze dagen daar voldoende mee te doen.
Had ik al verteld over de vele verhalen die deze vier dagen langs zouden (blijven) komen? Het begon al met de hoofddocent die overal en nergens in de wereld en in de wildernis als EMT aan de slag is geweest en dus bakken met bijzondere ervaring met zich meebracht. Wat dacht je van de flanken van de Himalaya en een rescue helicopter in het Amerikaanse achterland. Ook de twee andere docenten brachten iets moois met zich mee, de een was pompier – ambulancier in Brussel en de ander – daar kom ik later nog op terug – want de wereld is klein.
(C) Peter Maes
Tijdens de opleiding werden theorie en praktijk sterk met elkaar verweven en vonden bijna alle casussen ook echt buiten plaats. Natuurlijk moest het dit weekend voor dit werk geschikt weer zijn. Beetje sneeuw, wat regen, modder en zo meer. Ik heb ervan mogen genieten. Dat outdoor werk is eigenlijk best leuk, zou ik dan toch een buitenmens zijn?
De verhalen bleven komen. Zowel overdag als tijdens de avonduren na een geweldige maaltijd bleven de verhalen en filmpjes komen. Hoe iemand jaren lang op de fiets de wereld is rondgereden, veel verhalen over een voor mij redelijk nieuwe sport van Canyoning [wiki] en veel verhalen en beelden over het brandweerwerk en het toepassen van de eerste hulp in wilderness situaties. Een geweldige, drukke en indrukwekkende dag – die eerste lesdag – gericht op wat ik al kende en toch eigenlijk ook niet.
De tweede nacht was weer onrustig en de bedden lagen niet echt lekker. Ik heb dan ook het hele weekend slecht geslapen – de volgende keer een goede mat voor onder mij meenemen. Die vreselijke nachten hebben mij wel opgebroken en natuurlijk heeft het invloed gehad. De dagen waren er niet minder om, de leerervaring des te groter.
Het “Patient Assesment System (PAS)” vormt de kern van het WAFA systeem, net als de ‘SOAP-notes”. Een beetje een worsteling van mijn kant, nu ik ben opgeleid in het ABCDE – SBAR systeem. Mijn leerstijl staat het simpelweg vergeten wat ik onderbouwd heb geleerd niet altijd even goed toe. Gelukkig begon ik tijdens de tweede dag langzaam de logica, de overeenkomsten en verschillen te zien en werd het plezier nog groter. Natuurlijk bleven de verhalen komen, de ene wilde verhaal over tochten door de ijstoendra na het andere verhaal over de vlaktes van IJsland.
Dag twee eindigde met een bijzonder gesprek, het waarderend onderzoek is voor mij een mooie toevoeging aan hoe ik in het leven sta. Ik worstel constant met de dualiteit van de theorie en merk dat die worsteling juist het waarderend onderzoeken zo mooi maakt, of zoals Wick in zijn laatste dagen meegaf: “Er ontstaat altijd iets nieuws, iets dat de moeite van het onderzoeken waard is”. De tweede avond heb ik een intensief gesprek met een van onze docenten over deze worsteling in het waarderend onderzoeken, want hij bleek een van de krachten van het waarderend onderzoeken bij onze zuiderburen te zijn. Hoe klein is de wereld, als zelfs in deze uithoek de onverwachtte ontmoetingen plaatsvinden die de moeite waar van het onderzoeken waard zijn.
Het bijzondere van deze locatie en organisatie was het community gevoel, met een mooie afweging tussen vertrouwen, zelfredzaamheid, respect en eenheid en begeleiding. En de verbondenheid tussen al die verschillende verhalen. Dat maakt zo’n bijzondere waarderende ontmoeting wel extra bijzonder.
Zo verdween dag twee en ging dag drie verder. Dag drie zat vol met het aanleren en ontdekken van nieuwe vaardigheden, natuurlijk weer goed eten en veel verhalen. Het contact dat ik zocht, dat kwam alleen niet van de grond.
Dag drie zat vol met vaardigheden en bliksemkennis, het aanleggen van splints, het verplaatsen en inpakken van slachtoffers en natuurlijk nog meer casussen buiten en lessen in het bijgebouw. Dat bleef toch ook de mooie rode draad in het verhaal – buiten.
De keuze tussen een brug naar het volgende niveau van de eerste hulp in het wild kwam ook ter sprake en het advies om vooral de hele cursus te doen en niet alleen de brug. Omdat de hele cursus nog meer casussen in de praktijk en buiten met zich mee brengt en nog meer kansen om te leren. Ik zie wel een mooie kans om tijdens een oefening van het NHT juist deze groep eens mee te nemen om te leren werken met ‘vreemde’ EHBO’ers die je tijdens een inzet daadwerkelijk tegen kunt komen.
Dag vier, de laatste dag kwam. In de ochtend kwam het geluid dat de wereld wel leek te vergaan – code oranje in Belgie en code rood in Nederland. Er werd sneeuw verwacht, snowmageddon was onderweg. Wij keken elkaar wat aan en keken naar buiten – ons af te vragen waar al die sneeuw dan zou blijven. Een sneeuwgevecht hebben we wel kunnen doen – maar om nu te zeggen dat er veel sneeuw op de grond lag.
Ook de vierde dag zat weer vol met informatie en casussen en uiteindelijk een examen – waar we allemaal met vlag en wimpel voor slaagden. Uiteindelijk kwam het moment van afscheid en dat was daadwerkelijk een moment van afscheid.
Intussen vielen overal in Belgie bussen en treinen uit, dus kon ik meerijden naar Berchem. De radio aan, waar de waarschuwingen bleven komen. Het bleef lang sneeuwvrij en zelfs toen de politie aan ‘blokrijden’ ging doen – lag er eigenlijk nog nauwelijks sneeuw. Pas toen we bijna in Brussel aankwamen, zagen we de problemen ontstaan en over de E19 tussen Brussel en Antwerpen zullen we het maar niet hebben. Uiteindelijk kwam ik in Berchem in de sneeuw aan. Terwijl ik uitstapte merkte ik dat ik weer last ging krijgen van mijn rug – kleine prijs voor een verder goed weekend. Ik met volle moed het station in, maar ik wist nog niet dat de avond verre van voorbij was.
De trein naar huis reed natuurlijk niet, gelukkig kon ik met de l-trein mee naar Antwerpen Centraal. Het was jaren terug dat ik voor het laatst op het bovenste niveau van het station aankwam – dat is toch nog een bijzondere ervaring. Vanuit Antwerpen kon ik uiteindelijk de l-trein naar Roosendaal nemen. Dat ging allemaal redelijk vlekkeloos en met enigszins goede communicatie. Toen kwam ik in Roosendaal aan en kreeg ik weer te maken met de NS die er ouderwetse een enorme zooi van wist te maken. Uren later kwam ik thuis in Den Haag aan – moe maar voldaan.
Ik kom nog even terug op dat bezoek aan Zavetem. Daags na terugkomst had ik een evenement dat ging over hulpverlening bij aanslagen. Daar kwam de operationeel leider uit Brussel vertellen over zijn ervaring tijdens de inzet in 2016. Zijn verhaal horende, kwam mij eigenlijk één vraag op waar ik ook na dit weekend erg nieuwsgierig naar was. Ik vroeg de spreker naar “wat gebeurd er als het donker is geworden na het donker worden van de klap”. Hij ging staan en kreeg met zijn antwoord de zaal stil. Deze man bleek al voor de aanslagen bezig te zijn met zijn thesis naar de opvang van hulpverleners na een incident. De boodschap die mij het meest is bijgebleven is dat we allemaal mensen zijn met onze eigen emoties, ervaringen en rugzakken. Dit sloot aan bij de onderlaag van mijn weekend – de onderlaag die onverwacht aansluit bij mijn persoonlijke ontwikkeling.
Ik heb een aantal besluiten genomen na dit lange weekend, in ieder geval drie. Ik ga op zoek naar een nieuwe hobby die terecht te maken heeft met de wilderness. Ik ga binnenkort kijken naar een cursus klimmen om dat eens te ervaren. Ik ga bewuster naar buiten en naar mijzelf kijken, verder de hobbies combineren zoals het mountainbiken. Ik hoop van harte dat mijn rug mee gaat werken, zodat ik weer de oefeningen kan doen om ermee aan de slag te gaan.
Om mijzelf aan deze keuzes te helpen herinneren, heb ik een koppelstuk gekocht. Niet eentje die ik zou gebruiken in het echt – maar eentje bedoeld om mij te helpen herinneren aan dat het anders kan en dat ik meer wil.
Nooit verwacht dat dit weekend zo mooi aan zou sluiten bij een persoonlijke ontwikkeling waar ik al even mee bezig ben. Je komt op de mooiste plekken, de mooiste momenten en mooiste mensen tegen. Er is altijd iets te onderzoeken en ik ga verder met dat onderzoek.