De Absurditeit van een Oorlog, Ieper 2018

To the end, to the end, they remain.
Net na half zes in de middag op 22 april 1915 golft een geelgroene wolk van bijna 6 kilometer breed over deze gronden heen. Blinde paniek overheersten bij de soldaten die in de loopgraven in het pokdalig landschap liggen. Sommige loopgraven waren leeg, toen de Duitsers optrokken, om in het landschap direct achter de loopgraven honderden doden aan te treffen. Soldaten die in blinde paniek vanuit de loopgraven wegvluchten. Slachtoffers die vechten om lucht, gele schuim om de mond die tegen de tijd dat ze bij de hulpposten aankwamen al waren gemengd met het bloed van bloedingen in hun luchtwegen en longen. 5000 soldaten die een verschikkelijke dood stierven en 10 – 15 duizend gewonden met vergiftigingsverschijnselen die voor een deel de rest van hun (korte) leven arbeidsongeschikt zouden zijn, dat zou de lugubere uitkomsten van deze eerste gifgasaanval moeten zijn geweest.

Ik ga stil bij de absurditeit van deze locatie, ik sta op de plek waar op 22 april 1915 de eerste succesvolle gifgasaanval van de eerste wereldoorlog. Een bucketlist moment waarvan ik eigenlijk vond dat ik deze nog voor 11 november 2018 moest gaan doen, een bezoek aan de slag(cht)velden van Ieper.

Op donderdag 8 november kom ik aan op het station in Ieper aan en loop naar het door mij geboekt hotel. In aanloop naar wapenstilstandsdag is het erg druk, uiteindelijk sluit de wereld op deze dag 5 jaar stilstand bij 100 jaar tweede wereld oorlog af. Na de check-in loop ik eerst naar het ‘In Flanders Field’ museum en natuurlijk een rondje via de Menenpoort naar een eerste begraafplaats.

In Flanders Field
Ik stap op de fiets, voor vandag wil ik naar de plek waar de eerste ‘succesvolle’ gasaanvallen hebben plaatsgevonden. Een strook grond – eigenlijk niet veel bijzonders – net buiten Ieper. Je rijdt ervoor langs een industriegebied en het Ieper – Ijzer kanaal. Eigenlijk niets bijzonders, gewoon een weg zoals vele anderen. Een weg eigenlijk, zoals vele anderen er zijn. De realiteit komt eigenlijk pas binnen door de vele begraafplaatsen in de omgeving. In principe nooit minder dan 40 graven, want kleiner waren al verplaatst. Tientallen, honderden alleen al in de directe omgeving van Ieper.
Vele jaren terug bezochten we met school de Slagvelden bij Verdun, met een groot osuarium waar je in kon kijken. Zo, in de ogen van een schedel van een onbekende soldaat. En dan te bedenken dat dit een van de duizenden soldaten was die in het knekelhuis terecht was gekomen en niet een van die duizenden die een graf hadden gevonden voor het osuarium. Een beeld dat altijd in mijn hoofd is blijven zitten en de reden waarom ik zo – daags voor 11 november 2018 – Ieper wilde bezoeken.

Ik bezoek ook een van de loopgraven in de directe omgeving van Ieper, op een wel heel bizarre locatie. Letterlijk midden in een industriegebied, verstopt tussen grote fabriekshallen ligt de “Yorkshire Trench & Dug-out”
Onder de indruk, bezoek ik die avond de Menepoort voor de last post ceremonie. Voor hen die nooit oud zullen worden en in Britse dienst zijn gestorven. Staande in een poort waar de namen van ongeveer 54.900 soldaten staan vermeld die nooit of soms pas jaren later een eigen graf hebben gevonden. De meesten van hen liggen nog ergens in de gronden langs de fronten van ‘Den Groote Oorlog”

“They shall grow not old, as we that are left grow old: Age shall not weary them, nor the years condemn. At the going down of the sun and in the morning. We will remember them.” L. Binyon
L. Binyon
Na deze indrukwekkende ceremonie, ben ik nog een hapje gaan eten op de grote markt van Ieper en daarna terug op hotel voor een goede nacht.
De volgende dat huur ik wederom een fiets en besluit drie routes min of meer te combineren, wat mij ongeveer 60 fietskilometers oplevert (waarvan er vreemd genoeg maar 46 van zijn geregistreerd). Ik begin mijn rit op de plek waar een van de bekenste gedichten uit de eerste wereldoorlog is geschreven ‘in Flanders Field’.

Op deze plek, langs het front aan het kanaal in de dagen rond de grote gifgasaanvallen was in de dijk een hospitaal gevestigd. Een hospitaal was het nauwelijks te noemen, eerder de hel op aarde. Dagelijks kwamen hier honderden aan, werden geholpen en werden teruggestuurd of begraven.

Het geheim van bijna elke begraafplaats langs de linies van Ieper en wellicht langs het gehele front van de eerste wereldoorlog: ‘den groote oorlog’. Vrijwel elke begraafplaats is ontstaan op een plek met een (veld)hospitaal of lazaret.
Hier ontstaat ook de link met de ‘poppy’, de klaproos. In die tijd vrijwel het enige dat groeide op de slagvelden.
In Flanders Field
In Flanders fields the poppies blow Between the crosses, row on row That mark our place; and in the sky The larks, still bravely singing, fly Scarce heard amid the guns below. We are the Dead. Short days ago We lived, felt dawn, saw sunset glow, Loved, and were loved, and now we lie In Flanders fields. Take up our quarrel with the foe: To you from failing hands we throw The torch; be yours to hold it high. If ye break faith with us who die We shall not sleep, though poppies grow In Flanders fields. – John Mccrae 1915
In Flanders fields the poppies blow
Via een deel van de fietsroute die loopt langs de linies, rij ik door naar Tyne Cot en het nabij gelegen Passendael. De realiteit van de omvang, om de paar honderd meter tref je een begraafplaats, memorial of ander element aan dat verwijst naar de oorlog.

Staande op een begraafplaats ergens midden in het veld, is het niet ongewoon het kruis van omliggende begraafplaatsen te zien staan. Het landschap dominerend als staande herinnering aan hen die niet oud worden.
Meestal voorzien van vele graven met een vergelijkbare tekst en een vaste onderlijn: ‘A soldier of the Great war, Known unto God‘.
En op Tyne Cot.. nog drie zeer recent gegraven graven.

Honderd jaar later is de realiteit dat de Oorlog zich nog laat gelden. Nog meer onbekende soldaten, nog meer ‘ijzeren oogst’ komen boven tijdens het ploegen of de bouw en een enkele keer vraagt ‘den groote oorlog’ zelf nog om een menselijk offer. Niet vreemd als je bij enige regelmaat langs de weg niet ontplofte ammunitie tegenkomt, achteloos neergelegd in afwachting tot het moment dat de explosieve opruimingsdienst van het Belgische leger ze komt ophalen. Niet wetend of die huls zijn gevaarlijke lading bevat of dat het wellicht zelfs om een (lekkende) gasgranaat kan gaan.

Vele geschreven en ongeschreven verhalen uit deze oorlog komen samen rond Ieper. De ontploffende mijnen die werden gegraven onder de loopgraven van de tegenpartij, vind ik bizar. Het zien van de effecten daarvan, zelfs 100 jaar later nog zichtbaar in het veld. Tijdens mijn rit bezoek ik twee van die locaties, de ene gepland de ander onverwacht. Het gevaar van de mijnen is ook nu – 100 jaar later – nog ver van over, meerdere mijnen bestaan nog.

Het beeld van een aantal niet opgeruimde loopgraven in Noord-Frankijk staat mij nog bij van dat bezoek aan Noord-Frankrijk. Ook rond Ieper kom je ze tegen, soms bewust bijgehouden zoals op ‘Hill 62’. Maar soms ook gehouden zoals ze waren, zoals op ‘Hill 60’ waar honderd jaar later de loopgraven nog zichtbaar zijn in het landschap.
Rond Ieper gaat het leven gewoon door, 100 jaar later kom je op de meest willekeurige plekken de herinneringen van ‘den Groote Oorlog’ tegen. Soms bewust gebouwd, soms omdat men er niet om heen kon. Een oorlog om alle oorlogen overbodig te maken, vraagt eigenlijk altijd nog om offers en om niet te vergeten.
Hoe 11 november 1918 om 11 moet hebben geklonken is lang onbekend gebleven, recent werd aan de hand van een teruggevonden geluiddstrook een reconstructie gemaakt. Vooral de snelheid waarop de natuur de wereld weer overneemt weet mij te verbazen in dit geluidsfragment.
An eerie sound, the moment the guns felt silent (11 nov 1918)
Ik lever mijn fiets weer in en begeef mij naar het station voor de weg terug. Mij blijft bij de indrukwekkendheid van het slagveld dat geen andere oorlog heeft gekend en het het nieuws besef dat we ons te weinig beseffen hoeveel bijna 75 jaar vrijheid en zonder grote oorlogen waard is. We leren maar niet van onze eigen geschiedenis. Dit was een bucketlist momentje de moeite waard.
[rl_gallery id=”1833″]




uiteindelijk 5 jaar op een eiland gewoond, dus hoe anders kan het zijn.
een goed boek scoren. Uiteindelijk met het vliegtuig naar Liverpool, waar ik gelijk kreeg met de tijd dat ik nodig had om van het vliegveld naar het centrum te komen. Ik ben blij dat ik ervoor gekozen had de late boot naar het eiland te pakken, al was het maar om de mooie kans om Liverpool eens vanaf een andere kant te leren kennen. Liverpool, de stad van de Beatles, the White Star Lines en van onbekendheid met de stad zelf. Ik heb uren door de stad gezworven, de stad mogen belopen en mooie gesprekken gevoerd over de #Brexit en natuurlijk Thatcher. Ik vond Brussel altijd lastig om te begrijpen, maar nu ik die stad wat meer in de vingers krijg heb ik Liverpool als mooie vervanger gevonden.
naar boven. Je past je eigenlijk aan op het ritme van het eiland, al voordat je de boot opstapt. Het is bijna zeven uur, ik pak mijn tassen en loop de boot op – HSC Manannan, vernoemd naar de zoon van de Keltische god van de zee. De combinatie tussen het eilandsysteem en de introductie van de Manx Mythes maken dat ik op de boot ook echt ontspan. Ik kan mij nog geen voorstelling maken van het eiland, maar van de vaart weet ik te genieten. Hapje eten, lokaal biertje erbij en uiteindelijk lekker wegdommelen. Om tien uur kwam ik op het eiland aan, al het eilandritme weer in mijn lichaam. Mijn kennismaking met Douglas was de wandeling langs de boulevard naar de hostel die ik had geboekt. Ik sla de straat in en de eigenaar staat mij zelfs netjes op te wachten, een kamer op de bovenste verdieping van een oud
Victoriaans huis is mijn plek voor de komende drie nachten. Een plek waar ze geen kamer met nummer 13 hadden (ik zat in kamer 14) en smalle trappetjes omhoog. Maar wat een plek om de vermoeide benen omhoog te leggen en diep weg te dromen. De volgende ochtend haal ik een echt Manx ontbijt om de hoek en ga het eiland eens verkennen, geen idee waar ik nu eigenlijk terecht ben gekomen. Het lukt mij uiteindelijk niet om een mountainbike te huren, wat ik heel graag had gewild. Dus ik begin mijn verkenning op de andere wijze, via het zeer uitgebreide en op sommige punten erg ouderwets openbaar vervoers netwerk. Ik schaf mijzelf een OV chipkaart aan en ik mag van alle vervoersmiddelen gebruik maken, ik stap op de electrische tram naar Laxey om van daaruit het bergspoor te nemen naar Snaefell, het hoogste punt op het eiland. Daarna denk ik nog op tijd mijn mountainbike te kunnen huren en neem ik de stoomtrein naar port Erin om erachter te komen dat die verhuurder wegens omstandigheden die dag al vroeg was gesloten. Ik ben erg blij dat ik een OV chipkaart had aangeschaft.
een bezoek aan de Highlands, dus was de bestemming al snel gekozen: 

Ik geniet en vermaak en verwonder mij enorm. Over de stad, de mensen en plekken en over de Oystercard. Over het gemak waarmee ik mij door de stad beweeg, alsof ik er al jaren kom. Als ik aan het eind van de dag op het station terugkom om met de nachttrein verder te gaan, staat er stiekum inmiddels 33 wandel kilometer op de teller. Het voelt goed.
extra kennis op zak, vertrok ik op mijn trouwe ros voor drie dagen. Wel even wennen overigens, een Big7 met 2×8 speed.
De eerste dag gebruik vooral om warm te rijden en de mtb te leren kennen. Deels via de normale wegen, deels via fietspaden en af en toe tussendoor fiets ik naar het
heel veel liefde en aandacht en met lokale (eigen) producten gemaakt.
geweldige plek aangaf. Even later zag ik tussen de bomen in Loch Ness iets, was dat toch Nessie? Was het haar toch echt? Ineens begreep ik waarom je met veel inbeeldingsvermogen een monster kon zien liggen. Vanaf dat punt zag ik ook mijn uiteindelijke doel, “
richting hotel te gaan. Natuurlijk kan het niet dat je zonder een goede fles schotse whisky het land weer verlaat, dus onderweg heb ik mij nog een keer goed laten informeren bij een lokale whisky huis, waar ik met een fles wegloop die wat meer kost dan de gemiddelde fles die ik thuis heb staan. Maar dan heb je ook wat, achteraf blijkt de fles van de
knaklichten en zaklampen en een vriendelijke staf haalden we Perth, waar we wederom een bed kregen toegewezen. In de ochtend kwamen ze zelfs mijn besteld ontbijt brengen, porridge met koffie. Weer een geweldig voorbeeld van het vriendelijke personeel aan boord van de trein en de Schotse gastvrijheid.
Het is ook in dit museum dat ik het meest nabij de deur van ‘Downingstreet 10’ kon komen, tenminste de deur die er tijdens de oorlogsjaren inzat. Want verder is het gebied van Downingstreet afgezet en enorm beveiligd. De rest van de dag heb ik gebruikt om de afwijkende versie van de