Tag: Travelling

  • Lest we Forget

    Lest we Forget

    De Absurditeit van een Oorlog, Ieper 2018


    To the end, to the end, they remain.

    Net na half zes in de middag op 22 april 1915 golft een geelgroene wolk van bijna 6 kilometer breed over deze gronden heen. Blinde paniek overheersten bij de soldaten die in de loopgraven in het pokdalig landschap liggen. Sommige loopgraven waren leeg, toen de Duitsers optrokken, om in het landschap direct achter de loopgraven honderden doden aan te treffen. Soldaten die in blinde paniek vanuit de loopgraven wegvluchten. Slachtoffers die vechten om lucht, gele schuim om de mond die tegen de tijd dat ze bij de hulpposten aankwamen al waren gemengd met het bloed van bloedingen in hun luchtwegen en longen. 5000 soldaten die een verschikkelijke dood stierven en 10 – 15 duizend gewonden met vergiftigingsverschijnselen die voor een deel de rest van hun (korte) leven arbeidsongeschikt zouden zijn, dat zou de lugubere uitkomsten van deze eerste gifgasaanval moeten zijn geweest.

    Ik ga stil bij de absurditeit van deze locatie, ik sta op de plek waar op 22 april 1915 de eerste succesvolle gifgasaanval van de eerste wereldoorlog. Een bucketlist moment waarvan ik eigenlijk vond dat ik deze nog voor 11 november 2018 moest gaan doen, een bezoek aan de slag(cht)velden van Ieper.

    Stenen zoals zovelen

    Op donderdag 8 november kom ik aan op het station in Ieper aan en loop naar het door mij geboekt hotel. In aanloop naar wapenstilstandsdag is het erg druk, uiteindelijk sluit de wereld op deze dag 5 jaar stilstand bij 100 jaar tweede wereld oorlog af. Na de check-in loop ik eerst naar het ‘In Flanders Field’ museum en natuurlijk een rondje via de Menenpoort naar een eerste begraafplaats.


    In Flanders Field

    Ik stap op de fiets, voor vandag wil ik naar de plek waar de eerste ‘succesvolle’ gasaanvallen hebben plaatsgevonden. Een strook grond – eigenlijk niet veel bijzonders – net buiten Ieper. Je rijdt ervoor langs een industriegebied en het Ieper – Ijzer kanaal. Eigenlijk niets bijzonders, gewoon een weg zoals vele anderen. Een weg eigenlijk, zoals vele anderen er zijn. De realiteit komt eigenlijk pas binnen door de vele begraafplaatsen in de omgeving. In principe nooit minder dan 40 graven, want kleiner waren al verplaatst. Tientallen, honderden alleen al in de directe omgeving van Ieper.

    Vele jaren terug bezochten we met school de Slagvelden bij Verdun, met een groot osuarium waar je in kon kijken. Zo, in de ogen van een schedel van een onbekende soldaat. En dan te bedenken dat dit een van de duizenden soldaten was die in het knekelhuis terecht was gekomen en niet een van die duizenden die een graf hadden gevonden voor het osuarium. Een beeld dat altijd in mijn hoofd is blijven zitten en de reden waarom ik zo – daags voor 11 november 2018 – Ieper wilde bezoeken.

    Ik bezoek ook een van de loopgraven in de directe omgeving van Ieper, op een wel heel bizarre locatie. Letterlijk midden in een industriegebied, verstopt tussen grote fabriekshallen ligt de “Yorkshire Trench & Dug-out”

    Onder de indruk, bezoek ik die avond de Menepoort voor de last post ceremonie. Voor hen die nooit oud zullen worden en in Britse dienst zijn gestorven. Staande in een poort waar de namen van ongeveer 54.900 soldaten staan vermeld die nooit of soms pas jaren later een eigen graf hebben gevonden. De meesten van hen liggen nog ergens in de gronden langs de fronten van ‘Den Groote Oorlog”

    “They shall grow not old, as we that are left grow old: Age shall not weary them, nor the years condemn. At the going down of the sun and in the morning. We will remember them.” L. Binyon

    L. Binyon

    Na deze indrukwekkende ceremonie, ben ik nog een hapje gaan eten op de grote markt van Ieper en daarna terug op hotel voor een goede nacht.

    De volgende dat huur ik wederom een fiets en besluit drie routes min of meer te combineren, wat mij ongeveer 60 fietskilometers oplevert (waarvan er vreemd genoeg maar 46 van zijn geregistreerd). Ik begin mijn rit op de plek waar een van de bekenste gedichten uit de eerste wereldoorlog is geschreven ‘in Flanders Field’.

    Op deze plek, langs het front aan het kanaal in de dagen rond de grote gifgasaanvallen was in de dijk een hospitaal gevestigd. Een hospitaal was het nauwelijks te noemen, eerder de hel op aarde. Dagelijks kwamen hier honderden aan, werden geholpen en werden teruggestuurd of begraven.

    Het geheim van bijna elke begraafplaats langs de linies van Ieper en wellicht langs het gehele front van de eerste wereldoorlog: ‘den groote oorlog’. Vrijwel elke begraafplaats is ontstaan op een plek met een (veld)hospitaal of lazaret.

    Hier ontstaat ook de link met de ‘poppy’, de klaproos. In die tijd vrijwel het enige dat groeide op de slagvelden.

    In Flanders Field

    In Flanders fields the poppies blow Between the crosses, row on row That mark our place; and in the sky The larks, still bravely singing, fly Scarce heard amid the guns below. We are the Dead. Short days ago We lived, felt dawn, saw sunset glow, Loved, and were loved, and now we lie In Flanders fields. Take up our quarrel with the foe: To you from failing hands we throw The torch; be yours to hold it high. If ye break faith with us who die We shall not sleep, though poppies grow In Flanders fields. – John Mccrae 1915

    In Flanders fields the poppies blow

    Via een deel van de fietsroute die loopt langs de linies, rij ik door naar Tyne Cot en het nabij gelegen Passendael. De realiteit van de omvang, om de paar honderd meter tref je een begraafplaats, memorial of ander element aan dat verwijst naar de oorlog.

    Staande op een begraafplaats ergens midden in het veld, is het niet ongewoon het kruis van omliggende begraafplaatsen te zien staan. Het landschap dominerend als staande herinnering aan hen die niet oud worden. 

    Meestal voorzien van vele graven met een vergelijkbare tekst en een vaste onderlijn: ‘A soldier of the Great war, Known unto God‘. 
    En op Tyne Cot.. nog drie zeer recent gegraven graven.

    Honderd jaar later is de realiteit dat de Oorlog zich nog laat gelden. Nog meer onbekende soldaten, nog meer ‘ijzeren oogst’ komen boven tijdens het ploegen of de bouw en een enkele keer vraagt ‘den groote oorlog’ zelf nog om een menselijk offer. Niet vreemd als je bij enige regelmaat langs de weg niet ontplofte ammunitie tegenkomt, achteloos neergelegd in afwachting tot het moment dat de explosieve opruimingsdienst van het Belgische leger ze komt ophalen. Niet wetend of die huls zijn gevaarlijke lading bevat of dat het wellicht zelfs om een (lekkende) gasgranaat kan gaan. 

    Vele geschreven en ongeschreven verhalen uit deze oorlog komen samen rond Ieper. De ontploffende mijnen die werden gegraven onder de loopgraven van de tegenpartij, vind ik bizar. Het zien van de effecten daarvan, zelfs 100 jaar later nog zichtbaar in het veld. Tijdens mijn rit bezoek ik twee van die locaties, de ene gepland de ander onverwacht. Het gevaar van de mijnen is ook nu – 100 jaar later – nog ver van over, meerdere mijnen bestaan nog

    Het beeld van een aantal niet opgeruimde loopgraven in Noord-Frankijk staat mij nog bij van dat bezoek aan Noord-Frankrijk. Ook rond Ieper kom je ze tegen, soms bewust bijgehouden zoals op ‘Hill 62’. Maar soms ook gehouden zoals ze waren, zoals op ‘Hill 60’ waar honderd jaar later de loopgraven nog zichtbaar zijn in het landschap. 

    Rond Ieper gaat het leven gewoon door, 100 jaar later kom je op de meest willekeurige plekken de herinneringen van ‘den Groote Oorlog’ tegen. Soms bewust gebouwd, soms omdat men er niet om heen kon. Een oorlog om alle oorlogen overbodig te maken, vraagt eigenlijk altijd nog om offers en om niet te vergeten. 

    Hoe 11 november 1918 om 11 moet hebben geklonken is lang onbekend gebleven, recent werd aan de hand van een teruggevonden geluiddstrook een reconstructie gemaakt. Vooral de snelheid waarop de natuur de wereld weer overneemt weet mij te verbazen in dit geluidsfragment.

    An eerie sound, the moment the guns felt silent (11 nov 1918)

    Ik lever mijn fiets weer in en begeef mij naar het station voor de weg terug. Mij blijft bij de indrukwekkendheid van het slagveld dat geen andere oorlog heeft gekend en het het nieuws besef dat we ons te weinig beseffen hoeveel  bijna 75 jaar vrijheid en zonder grote oorlogen waard is. We leren maar niet van onze eigen geschiedenis. Dit was een bucketlist momentje de moeite waard.

    [rl_gallery id=”1833″]

  • The Manx Connection (Ellan Vanin)

    The Manx Connection (Ellan Vanin)

    Mannanan daalde in zijn driebenige lichaamsloze vorm de berg af, het water op en vormde een boot om mensen naar het eiland te brengen. Op die boot, daar zat ik op. Al kort na mijn trip naar ’the Land of the Brave’ was ik al weer toe aan een weekend wat nieuws. Ik pakte er een kaart bij en een stukje land in het midden van de Ierse zee, tussen Ierland, Schotland,Engeland en Wales in trok zomaar mijn aandacht. Een eiland waar ik eigenlijk weinig van wist en dat mij wel eens leuk leek om te gaan bekijken, ik heb uiteindelijk 5 jaar op een eiland gewoond, dus hoe anders kan het zijn.

    Island of Man – een eiland van 570 m2 in het midden van de Ierse zee – is een eiland van verhalen en mythes, zelfs nog meer dan in Schotland en Ierland. Ook niet vreemd, aangezien de mythe verteld dat het eiland is ontstaan doordat twee Reuzen van Schotland en Ierland met elkaar in een gevecht waren gewikkeld en daarbij met modder gingen gooien. Eigenlijk waren het stukken steen, maar dat klinkt in het Nederlands toch minder poëtisch. Leuk om dan toch meer te leren over een klein landje dat een cultuur lijkt te hebben die samenhangt van verhalen en mythes en gelijktijdig een inclusieve samenleving lijkt te zijn.

    Ik besloot te vliegen, met de vroege vlucht vanuit Amsterdam naar Liverpool. Omdat ik geen ochtendmens ben, heb ik de nacht nauwelijks geslapen, maar kwam toch uitgerust aan op Schiphol. Natuurlijk had ik rekening gehouden met grote drukte, het was uiteindelijk al eind juni. Maar ik ben nog nooit zo snel door de beveiliging heen geraakt, dus dan maar een paar bakken koffie en een goed boek scoren. Uiteindelijk met het vliegtuig naar Liverpool, waar ik gelijk kreeg met de tijd dat ik nodig had om van het vliegveld naar het centrum te komen. Ik ben blij dat ik ervoor gekozen had de late boot naar het eiland te pakken, al was het maar om de mooie kans om Liverpool eens vanaf een andere kant te leren kennen. Liverpool, de stad van de Beatles, the White Star Lines en van onbekendheid met de stad zelf. Ik heb uren door de stad gezworven, de stad mogen belopen en mooie gesprekken gevoerd over de #Brexit en natuurlijk Thatcher. Ik vond Brussel altijd lastig om te begrijpen, maar nu ik die stad wat meer in de vingers krijg heb ik Liverpool als mooie vervanger gevonden.

    Na de bijzondere stukken van Liverpool te hebben bewandeld, eindigde ik natuurlijk in het havengebied. Ik heb mij laten verrassen door de geschiedenis van Liverpool in haar museums en daarbij niet vergeten welke link de meest bekende scheepsramp heeft met deze stad. De Titanic is dan ook niet weg te denken langs de kade en in het museum, zelfs al heeft het schip Liverpool nog nooit aangedaan.

    Na een klein hapje eten ga ik op weg naar de haven om de boot te nemen, ik ga op weg naar een ander land en toch niet helemaal. Ik mag inchecken, mijn bagage gaat door de scanner heen en ik zelf door het poortje. Ik mag gelukkig doorlopen, ik begin met die poortjes steeds beter te worden. Wachtend op de boot, komt langzaam maar zeker het oude eilandsysteem in mijzelf weer naar boven. Je past je eigenlijk aan op het ritme van het eiland, al voordat je de boot opstapt. Het is bijna zeven uur, ik pak mijn tassen en loop de boot op – HSC Manannan, vernoemd naar de zoon van de Keltische god van de zee. De combinatie tussen het eilandsysteem en de introductie van de Manx Mythes maken dat ik op de boot ook echt ontspan. Ik kan mij nog geen voorstelling maken van het eiland, maar van de vaart weet ik te genieten. Hapje eten, lokaal biertje erbij en uiteindelijk lekker wegdommelen. Om tien uur kwam ik op het eiland aan, al het eilandritme weer in mijn lichaam. Mijn kennismaking met Douglas was de wandeling langs de boulevard naar de hostel die ik had geboekt. Ik sla de straat in en de eigenaar staat mij zelfs netjes op te wachten, een kamer op de bovenste verdieping van een oud Victoriaans huis is mijn plek voor de komende drie nachten. Een plek waar ze geen kamer met nummer 13 hadden (ik zat in kamer 14) en smalle trappetjes omhoog. Maar wat een plek om de vermoeide benen omhoog te leggen en diep weg te dromen. De volgende ochtend haal ik een echt Manx ontbijt om de hoek en ga het eiland eens verkennen, geen idee waar ik nu eigenlijk terecht ben gekomen. Het lukt mij uiteindelijk niet om een mountainbike te huren, wat ik heel graag had gewild. Dus ik begin mijn verkenning op de andere wijze, via het zeer uitgebreide en op sommige punten erg ouderwets openbaar vervoers netwerk. Ik schaf mijzelf een OV chipkaart aan en ik mag van alle vervoersmiddelen gebruik maken, ik stap op de electrische tram naar Laxey om van daaruit het bergspoor te nemen naar Snaefell, het hoogste punt op het eiland. Daarna denk ik nog op tijd mijn mountainbike te kunnen huren en neem ik de stoomtrein naar port Erin om erachter te komen dat die verhuurder wegens omstandigheden die dag al vroeg was gesloten. Ik ben erg blij dat ik een OV chipkaart had aangeschaft.

    Toen ik de dag daarna ook nog eens de paardentram nam als aansluiting wist ik het zeker, ik was terug in de tijd. Desondanks is het eiland enorm modern in gedachten, doen en cultuur. Gedurende mijn bezoek leer ik steeds meer over het eiland en haar geschiedenis. Het parlement Tynwald dat ontstaan is in de tijd van de Vikings en inmiddels het langst aaneengesloten opererend parlement is. Met al haar eigenschappen, zoals een jaarlijkse buitenvergadering waar iedereen bij mag en kan zijn. Eigen geld en eigen wet- en regelgeving. En een enorm mooi land om rond te lopen.

    Ook kwam ik mijzelf er tegen. Inmiddels zie ik de bedelaars die ik tegenkom niet meer. Dus toen ik iemand tegenkwam die volledig aan de verwachting voldeed van de arme bedelaar, stond ik op het punt om hem ook te negeren. Wat zat ik fout, hij was gewoon onderdeel van de samenleving. Hij kwam niet om te bedelen, maar gewoon omdat hij wat nodig had – een handje om in zijn rolstoel van de stoep af te komen op weg naar de bushalte. Isle of Man had ook een ander effect op mij, met de verstilling kwam weer ruimte voor de verhalen. Verhalen begint voor mij ook weer belangrijk te worden, vooral verhalen uit een land dat bestaat van Verhalen.

    Het eiland alle kanten proberen te bekijken en veel gezien, nog onder de indruk een meer behoefte aan verhalen en de kans om mijzelf te verbeteren met verhalen. Dat heeft een lang weekend Manx mij gebracht.

    [rl_gallery id=”1753″]

     

  • Nessie en de Highlands, een spontaan bucketlist momentje

    Nessie en de Highlands, een spontaan bucketlist momentje

    Even was ik er klaar mee en moest weg. Lekker ouderwets vertrekken en gaan. En dan natuurlijk wel in combinatie met mijn huidige hobby van het mountainbiken. Al enige tijd dacht ik na over een bezoek aan de Highlands, dus was de bestemming al snel gekozen: Inverness. Ik wilde mijn eigen mountainbike mee, dus was het idee al snel geboren om een combinatie met boot en trein te organiseren. Uiteindelijk maakte ik midden in de nacht tijd om te gaan plannen en zat ik achter mijn pc.

    Met de boot van Hoek van Holland naar Harwich, dan met de trein naar Londen en dan maar eens uitzoeken hoe je van Londen met de trein naar Inverness komt. Natuurlijk had ik al wel van de Caledonian Sleeper gehoord, laten we maar eens gaan kijken wat de mogelijkheden zijn. Na het nodige puzzelen, had ik mijn rit op de besloot ik in Inverness maar een mountainbike te huren. Ik moest en zou natuurlijk op bezoek bij Nessie.

    Tot in de ‘wee hours’ ben ik bezig geweest om mijn rit te plannen, dus tijd om dat bekende nachtje slapen te pakken. Heerlijk uitgeslapen bedenk ik mijzelf wat ik mee wil nemen, natuurlijk moet ik mijn fietskleding meenemen en mijn gewone kleding. Toch een grotere tas dan ik had bedacht, zo’n helm neemt stiekem meer ruimte in beslag dan verwacht. Gelukkig is het maar voor een paar dagen, dus echt druk maak ik mij niet. Oeps, ik moet naar de bushalte, de metro rijdt nog niet tot aan Hoek van Holland Haven. Dan gaat het ineens snel, in de haven loopt de check-in soepel – of dat over een jaar nog zo is. Op zoek naar mijn hut, tas neerleggen en alvast een drankje doen. Natuurlijk een goede pint stout op het dek en een kop thee voor het slapen gaan. Om dan op het deinen van de zee in slaap te vallen en in de ochtend fris wakker te worden.

    Zo volgde een dagje Londen, een plek waar ik duidelijk al lang niet meer was geweest. Ik drop mijn bagage en loop langs veel verschillende bekende en minder bekende plekken. Een hapje eten doe ik in de Docklands, waar je nauwelijks nog een toerist tegenkomt. Dat zij natuurlijk de mooiere plekken om te zijn.

    Ik geniet en vermaak en verwonder mij enorm. Over de stad, de mensen en plekken en over de Oystercard. Over het gemak waarmee ik mij door de stad beweeg, alsof ik er al jaren kom. Als ik aan het eind van de dag op het station terugkom om met de nachttrein verder te gaan, staat er stiekum inmiddels 33 wandel kilometer op de teller. Het voelt goed.

    Ik mag het perron op voor de check-in en het vinden van mijn plekje in de trein. Dat ze vervangen moeten worden is duidelijk, hoewel comfortabel heeft de trein nog het gevoel van de luxere versie uit de jaren 70. Em dat klopt wel, de wagons zijn ruim 50 jaar oud. En in Engeland betekend dat ook nog dat alle deuren handmatig en buitenlangs geopend moeten worden.

    Ik heb mij laten verwennen door de Schotse gastvrijheid en vriendelijkheid. Wat een wereld van verschil, zelfs al op de trein. De trein had problemen, dus in Abberdeen werden volgde ‘Berthing’ van alle zitpassagiers. We kregen een echt bed toegewezen, met alle extraatjes erbij.

    In de ochtend werd ik wakker in een hele andere wereld. Besneeuwde bergtoppen en een geweldig landschap, zo uit de film. Ik was in Schotland.

    Na een goed ontbijt, waar de Schotse gastvrijheid ook weer uit bleek heb ik nog een poosje kunnen genieten van geweldige vergezichten die een belofte vormden voor de rest van mijn reis. Inverness (of moet ik eigenlijk zeggen ‘Inbhir Nis”) kwam bijna onverwachts.

    Het was vroeg, ik liep naar hotel om mijn bagage achter te laten en vervolgde mijn weg maar Highlandbikes. Ik wilde daar een mtb voor drie dagen huren en dat lukte ook nog. Met wat lokale extra kennis op zak, vertrok ik op mijn trouwe ros voor drie dagen. Wel even wennen overigens, een Big7 met 2×8 speed.

    De eerste dag gebruik vooral om warm te rijden en de mtb te leren kennen. Deels via de normale wegen, deels via fietspaden en af en toe tussendoor fiets ik naar het slagveld van Culloden en naar wat andere bijzondere plekken in de ongeving. Natuurlijk was het gaan regenen op het monent dat ik op de fiets stap en heb ik vooral genoten van het Schotse weer. En natuurlijk trekken de leuke kleine weggetjes met bochten waar je niet voorbij kunt kijken het meest. Ik probeer ook vandaag al Loch Ness te bereiken, hoe lastig het is om daar te komen op de mountainbike zonder over de extreem drukke A-wegen te rijden blijkt wel weer. Ik zie veel van de rivier Ness, het Calledonian kanaal – maar Lochend haal ik vandaag niet.

    Wat was ik blij met de kans en eer om een echt schots product in zij natuurlijke omgeving te kunnen gebruiken. Al jaren draag ik met plezier mountainbike kleding van Endura, een echt Schots merk. Juist tijdens het echte schotse weer, blijkt weer hoe goed het spul is.

    Ik kwam natuurlijk naar Inverness op zoek naar Nessie, dus na een Schots ontbijt pak ik mijn spullen en mijn bike en volg de ‘Great Glen Way’ richting Loch Ness. Uiteindelijk 30 kilometers op een onregelmatige route dat op delen als een singletrack aanvoelde en met toppen tot 480 meter ook niet echt vlak lag. Onderweg heb ik ook nog een aantal singletrack genomen vlak bij Abriachan. De route was uitermate uitdagend op stukken en gaf mij meer dan eens een spannende workshop over rockgardens, onoverzichtelijke gedeelde stukken, leuke drops en mooie klimmetjes en af en toe ook nog door beekjes heen. Helemaal mooi was onderweg een geweldige gelegenheid om een kopje koffie met een ‘sponge cake’. Het kopje koffie bleek een halve kan te zijn en de sponge cake met heel veel liefde en aandacht en met lokale (eigen) producten gemaakt.

    De beloning van al die inspanning volgde vervolgens na de verse koffie met uitzicht over Loch Ness en natuurlijk voegde ik een steen toe aan de cairn die deze geweldige plek aangaf. Even later zag ik tussen de bomen in Loch Ness iets, was dat toch Nessie? Was het haar toch echt? Ineens begreep ik waarom je met veel inbeeldingsvermogen een monster kon zien liggen. Vanaf dat punt zag ik ook mijn uiteindelijke doel, “Caisteal na Sròine” (Urguhart) vlakbij Drumnadrochit. Mijn benen waren blij met de pauze en een bezoek aan dit kasteel was bijzonder. Terug naar Inverness bleek een enorme uitdaging te zijn, daar waar de heenweg indrukwekkend was, bleek de terugweg vooral zwaar en afzien te worden. Ik heb het geweten toen ik ’s avonds om half tien terug kwam op hotel. Nog net op tijd om een paar boodschappen te halen en mijn bed op te zoeken. Ik had die dag ruim 80 kilometers op de mountainbike door de Schotse hooglanden achter de rug, moe en voldaan en vooral kapot – maar een enorme ervaring rijker.

    Heerlijk geslapen en na wederom een goed ontbijt brak mijn laatste dag aan. Eerst nog een paar uurtjes in de ochtend in de omgeving buiten de gebaande paden rijden, ik merk de eerste twee dagen inmiddels goed in mijn benen. Kracht zetten in de klim gaat lastig en mijn lichaam wil eigenlijk niet meer. Dus uiteindelijk ga ik terug naar hotel, het was toch tijd om uit te checken. Nog snel even onder de douche en wat normalere kleding aan. Mijn tassen gaan weer in de bewaring en ik pak de mountainbike die ik uiteindelijk voor drie dagen had gehuurd en ga de meer toeristische plekken in de omgeving verkennen. Inverness kasteel, rivier de Ness en zelfs de botanische tuinen. Uiteindelijk via het fort Craig Phadrig terug naar Inverness, waar het tijd is om mijn mountainbike in te leveren en richting hotel te gaan. Natuurlijk kan het niet dat je zonder een goede fles schotse whisky het land weer verlaat, dus onderweg heb ik mij nog een keer goed laten informeren bij een lokale whisky huis, waar ik met een fles wegloop die wat meer kost dan de gemiddelde fles die ik thuis heb staan. Maar dan heb je ook wat, achteraf blijkt de fles van de Brackla distillery een absoluut een hele goede keuze te zijn geweest. Ik moet maar eens kijken of die ook in Nederland te verkrijgen is, ik heb een nieuwe voorkeur.

    Na mijn bagage te hebben opgehaald, had ik nog net tijd voor een heerlijke maaltijd en een goed fles bier. Hoe een klein familierestaurant een plek heeft liet “The Riverside Restaurant” wel zien. Na een heerlijke maaltijd was het tijd om weer richting het station te gaan om aan de reis terug te beginnen. Hoe je met twee keer overstappen in eens weer in Den Haag staat.

    Kennelijk had ik op de weg terug weer dezelfde wagon, maar was de storing nog steeds niet voorbij. Gelukkig had ik mijn zaklamp mee, want die was hard nodig. Met knaklichten en zaklampen en een vriendelijke staf haalden we Perth, waar we wederom een bed kregen toegewezen. In de ochtend kwamen ze zelfs mijn besteld ontbijt brengen, porridge met koffie. Weer een geweldig voorbeeld van het vriendelijke personeel aan boord van de trein en de Schotse gastvrijheid.

    Natuurlijk nam ik de tijd om Londen verder te verkennen, het kleinste politiebureau ter wereld was mijn eerste stap. Want dat bracht mij precies op tijd bij de Churchill war room want de lijn achter mij liep al heel snel vol. Wat dit bezoek nog bijzonderder maakte, was dat ik hiermee het verhaal van de Yalta Conference vanuit het oogpunt van alle drie de deelnemers heb mogen meekrijgen. Want je hebt natuurlijk geen museum over Churchill zonder het hierover te hebben, al was het maar kort.

    Het is ook in dit museum dat ik het meest nabij de deur van ‘Downingstreet 10’ kon komen, tenminste de deur die er tijdens de oorlogsjaren inzat. Want verder is het gebied van Downingstreet afgezet en enorm beveiligd. De rest van de dag heb ik gebruikt om de afwijkende versie van de ‘changing of the guards’ te bekijken, niet voor Buckingham palace waar ze nog een feestje hadden vanwege een of ander huwelijk, maar op de Horse Guards Parade aan het eind van ’the Mall’. De ceremonie zou van begin tot eind bijna anderhalf uur duren, mijn respect voor al die mensen die klaar staan.

    Vervolgens loop ik nog meer plekken van Londen af en besluit ik nog naar het London Transport museum te gaan. De dag vliegt om en voor ik het weet is het weer tijd om naar het station te gaan. Ik pak de directe trein naar Rotterdam en heb dan alleen nog een intercity te nemen naar Den Haag. Met aan boord een goede maaltijd, gezellige mensen en twee tussenstops vliegt de tijd en omgeving letterlijk voorbij. De trein blijft een goed alternatief voor het vliegtuig, maar alleen nog wat aan die prijs doen. Het is natuurlijk ook geen eerlijke concurrentie als het vliegtuig nauwelijks belasting moet betalen en de trein de volle pond.

    En ineens sta ik weer in mijn woonkamer, een heerlijke paar dagen later en toch mis ik het reizen nu al…

     

     

    [rl_gallery id=”1656″]