Een poosje terug schreef ik “Wees jezelf en pas je aan“, over een aantal los van elkaar staande zaken die toch in elkaar overliepen. De titel leverde verwarring op en hoewel het niet mijn tekst was, was dat de bedoeling ook. Het was de verwarring waar ik zelf mee rond liep, want ik herkende de paradox van de vraag. De kennelijke tegenstelling tussen de opmerking die ik vaak op kantoor hoor “wees jezelf, maak gebruik van je krachten” en de impliciete opdracht die uit een dergelijk gesprek komt om aan jezelf te gaan werken omdat je jezelf onvoldoende aangepast hebt aan het team. Die tegenstelling heb ik altijd gevoeld en gekend, maar nog niet eerder goed kunnen aanpakken. Lange tijd ben ik met mijn persoonlijke ontwikkeling bezig geweest omdat ik naar het verleden keek en dacht dat ik moest veranderen (want dat was de impliciete toon in de onderstroom bij de opdracht mijzelf te blijven).
Vlak voor kerst kreeg ik de kans mee te doen aan een interne workshop over systeemdenken [wiki]. Op weer een bijzondere locatie, namelijk in de gemeentelijke bioscoop. Het is leuk om te zien dat kennis op hun plek blijf vallen en het toepassen mooie zetten krijgt. Al zit ik voorlopig in mijn plato’s grot moment best lekker. Het begin steeds meer onderdeel van mij te worden in plaats van iets dat heel bijzonder is. Natuurlijk blijf ik elke dag leren en begin ik daar nu helemaal van te genieten. Tijd om voort te gaan.
De kern van “Wees jezelf en pas je aan” was mijn worsteling om alles een plek te geven zonder mijzelf te verliezen in de wens van de ander en dan ook bij mijzelf te blijven. Ik heb daarin een bijzondere vervolgstap gezet en kijk nu al uit naar hoe ik hier verder mee mag gaan.
In 2017 had ik een bijzondere ontmoeting in Lustin, toen ik opging voor mijn Wilderness Advanced First Aid bij Outward Bound Belgie. Een bijzondere ontmoeting waar ik nog elke dag met plezier aan terugdenk en waar ik graag een vervolg aan wilde geven. Toen de Wilderness First Aid Bridge aangebonden werd, hoefde ik dan ook niet lang na te denken over deze kans.
Net als de vorige keer begon het met de treinreis naar Lustin, een bijzondere ervaring als je daarvoor met de NS wil gaan reizen. Het maakt de reis in ieder geval spannend als je je “aansluitende” trein op een paar seconden na mist, omdat je achter die “aansluitende” trein vaststond. Gelukkig had ik niet gekozen voor de laatste trein naar Lustin. Aankomen in het donker en de wandeling naar de locatie is een rustmomentje in zichzelf. Zozeer zelfs dat het lieve Waalse echtpaar dat mij een rit aanbood, mij wel voor gek heeft moeten verklaren. Wie laat een autorit van 10 minuten schieten voor een wandeling van 40 minuten, mijn favoriete kant op: uphill. Het was wel een wandeling die voor meer dan de helft langs de Maas voert.
Het was een gezellig terugzien van het huis en net als de vorige keer kon ik een bed vinden en aan de thee. Met de nieuwe matrassen was het dit keer zelfs goed slapen. Net als de vorige keer ontmoette ik de meeste meeste deelnemers aan het ontbijt. Ik voorzag weer een aantal mooie dagen met beelden die inmiddels wat minder alleen op discovery langskwamen. Mijn instructeursteam waren dezelfde mensen die ik in 2017 ook voor mij had staan, ik wist dus dat ik een hoogwaardige en intensieve vier dagen tegemoet kon zien. Ik had er nog meer zin in.
De eerste dag stond vooral in het teken van veel herhalen en meteen verdiepen van de stof van het vorig jaar en natuurlijk een paar mooie simulaties. Want ook dit jaar waren de vier – intensieve – dagen een afwisseling van veel praktijk en theorie, wat juist deze opleiding zo bijzonder interessant maakt. Dat en natuurlijk het paaldansen op hoogte dat uit de hand liep. Gelukkig was dit natuurlijk slechts een van de simulaties tijdens deze opleiding.
Ook dit keer waren de maaltijden bijzonder goed verzorgd, echt onderdeel van het gastvrije onthaal bij Outward Bound. Het maakt die vier dagen net dat beetje extra mooi. Tijd om met elkaar te praten, even tot rust te komen en na te denken over wat de avond zou brengen. Helaas dit jaar geen uitgebreide verhalen en filmpjes, maar praten en leren en natuurlijk onder het genot van een heerlijk biertje. Zo raakten we van een discussie over de Belgische politiek (waar ze zonder regering kunnen overleven), via de platte aarde theorie naar kattenfilmpjes en de trollenknots.
Verdiepende verdiepingen komen altijd op momenten dat je ze niet verwacht. Bewustwording van het constant overal tegen willen vechten is een rode draad voor mij geweest dit jaar, ik ben het jaar begonnen met de bewustwording dat ik dingen anders wil. Het was nog zoeken naar het hoe en wat. Hoe dan ook, ik kwam in mijn eigen allegorie van de grot [wiki] terecht. De uitwerking van Plato over hoe de menselijke kennis staat in relatie tot de realiteit, voorgesteld door gevangenen in een grot die zelfs als ze hun ketenen afwerpen niet van hun werkelijkheid in de grot weg zouden willen. De weg uit de grot staat symbool voor de groei. Hoe had ik kunnen weten dat je die allegorie ook letterlijk kon nemen.
De woensdag stond in het teken van de grote simulatie. In de ochtend werd ik gevraagd of ik bereid was om in plaats van de EHBO-handelingen te doen, een coördinerende rol wilde vervullen in deze simulatie. Toen begon bij mij het verhaal van de aannamen, de invullingen en de diepe leercurves en vaak mijn hoofd stoten.
Mijn beeld van een grot was er eentje zoals we die in Nederland kennen van het schone Limburgse land of die van de grotten van Remouchamps nabij Spa. Op basis van die beeldvorming, ga ik mijn informatie verzamelen en mijn plan opstellen. Ik probeer een beeld te krijgen van wat ik ga aantreffen en wat ik kan verwachten. En toegegeven, ik dacht dat even dat ik wel iets aan voorbereiding had gedaan.
Foto: Diesel
We doen de briefing, halen het materiaal en bereiden ons voor. Hup in de bus, natuurlijk na de verplichte groepsfoto. Mijn team die was wel klaar voor de simulatie. Mijn team wel 🙂 Het begon al fout te gaan bij aankomst, toen we langs de weg stonden en ik mij afvroeg waar in vredesnaam de ingang van die grot zou moeten zijn. Door een klein schuurdeurtje kwamen we in een soort van binnenhofje uit met een deur. Nog voor we naar binnen gingen, liep mijn plan al fout 😉 Een van onze deelnemers was tevens (mede)beheerster van de betreffende grot en moest voorop, dat was nog wel op te lossen.
Daarna ging het snel bergafwaarts met mijn plan en mijn ego, de deur ging open en ik sloot bijna de rij af van mensen die naar binnen gingen. Geleerd om bij nabij de uitgang de centraalpost te hebben, zodat communicatie naar buiten en opvang van de hulpdiensten mogelijk was – positioneerde ik mij bij de ingang. Terwijl ik keek naar dat minieme gaatje waar ineens iedereen doorheen aan het kruipen was. Zo had ik mij die grot toch echt niet voorgesteld. In eerste instantie hield ik mij aan mijn plan en stuurde het team vooruit, waarna wij alsnog werden geroepen om mee de grot in te gaan. Dat was ongeveer het einde van al mijn plannen, de grotingang was alleen mogelijk door een gang die zo breed was dat je je ook echt aan die keuze conformeerde. Omkeren halverwege of niet verdergaan zat er niet in. Na zo’n vijftig meter kruipen bekroop mij ineens een heel ongemakkelijk gevoel, even kwam mijn natuurlijk gedrag op dit soort situaties naar boven en ik wilde gaan vechten. Ik wilde vechten om zo snel mogelijk langs of met al het materiaal bij de plek te komen waar we moesten zijn, om mij met de medische handelingen te gaan bemoeien en vooral omdat ongemakkelijke gevoel van binnen aan te pakken. ‘Freeze, Flee or Fight’, ik weet wat mijn natuurlijke reactie is.
Ineens besefte ik mij hoe onmogelijk het was om op die plek in gevecht te gaan met wat dan ook. Hoe onmogelijk het is om de wanden van de gang zelfs maar voor een micrometer aangepast te krijgen en hoe onmogelijk het is om de situatie onder controle te krijgen, laat staan te houden. Op dat moment hoorde ik mijzelf zuchten en realiseerde ik mij ineens wat ik deed en de onzin daarvan. Terug kon ik niet, vechten was een onmogelijkheid en bevriezen was ook uitgesloten. Daar kroop ik, zonder ook maar de mogelijkheid te hebben enige oer overlevingsmechanisme dat ik in mij heb te gebruiken. Er zat dan ook niets anders op dan mij over te geven aan wat er gebeurde en aan het gevoel dat in mijn opborrelde, te accepteren dat mijn plan had gefaald en dat ik ineens vol zat met emoties.
Het resultaat was volledig het tegenovergestelde van wat ik van mijzelf kende. Ik werd volledig rustig en kon mij overgeven aan de situatie en daarmee er grip op krijgen. Geen controle, maar wel besef, grip en bewustwording. Ik voelde een rust over mij heen komen die ik nog niet zo vaak ben tegengekomen.
Omdat de begeleider die ons had gezegd toch mee te komen niet had gewacht, was het kruipen ook nog een zoektocht geworden. Een hele harde les over nog meer aannamen en beelden, een hele harde les die mij nog beviel ook. Uiteindelijk zouden ze ons niet in een grottenstelsel loslaten waar we de halve wereld zouden kunnen vinden. Had ik nu echt de rust om mij dat te realiseren?
Aangekomen op de plek van het ongeval, gebeurde er nog veel meer. Intussen had mijn team zich dus georganiseerd en de persoon die de medische leiding op zich had genomen kwam direct naar mij toe om mij te brieven. Dat ging op een gegeven moment naar mijn idee te diep, maar ik merkte al snel dat ze zich had voorbereid dat ik ook daar het gevecht niet moest aangaan om mijn ‘gelijk’ te gaan halen. Toen kwam de onvermijdelijke vraag: wat doen we verder.
Mijn handen jeukten om naar beneden te gaan, ik had inmiddels ook tijd gehad om de situatie iets te boordelen en ik kwam tot de conclusie dat ik geen toegevoegde waarde zou hebben door naar beneden te gaan en te proberen die rol op mij te nemen. Ik heb vervolgens haar weer naar beneden gestuurd en ben gaan communiceren. Ik kreeg mijn beeld steeds beter rond en kon gaan oordelen wat op dat moment nodig was. Ik besloot toen van bovenaf de zaak te blijven aansturen. De eerste lopende slachtoffer kwam al naar boven en het andere slachtoffer had het helaas niet gehaald. Daarmee had ik het nog niet gehad, het werd nog interessanter.
Er werd gevraagd om een gidslijn om het slachtoffer dat op de wervelplank werd gelegd naar boven te halen. ‘Shit’ was mijn eerste gedachte, ik weet net iets meer van touwen dan ik van grotten wist – ik had uiteindelijk mijn ’toprope’ gehaald. Maar daar hield mijn kennis van touwen dus ook mee op. Gelukkig wist ik dat twee mensen uit mijn team experts waren op het gebied van touw en toevallig had ik een van de twee al naar boven laten komen. Ik had intussen een klein team boven staan dat ik formeerde en onder aansturing van de ‘expert’ zette. Hij wilde eerst de rol aan een ander overlaten, omdat die al veel meer ervaring had, maar ik kon hem overtuigen dat dit voor hem wel degelijk een goede kans was. Dus, hij pakte ook de rol.
Ook hier was mijn eerste gedachte, damn – ik wil het allemaal zelf kunnen. Maar de net gevonden rust van het eerdere kruipen kwam ook naar boven en ik concentreerde mij op mijn eigen rol en bracht het vertrouwen op in deze mensen die ik zelf pas twee dagen kende. Ik had een plek gevonden die mij een goed beeld gaf over het geheel, ondanks dat ik niet helemaal veilig stond. Het beeld van het incident werd mij steeds duidelijker. De dienende leider, ineens begreep ik niet alleen de theorie – ik deed het ineens. Al lerend en al doende, wat een ervaring – wacht, ‘ervaringsleren’.
Foto: Diesel
Het slachtoffer was geëvacueerd en de simulatie ten einde, maar ik zat nog altijd in mijn eigen rol en had zoveel overzicht dat ik zelfs kon aangeven waar welk lid van mijn team, de ‘vrijwillige’ slachtoffers en de begeleiders waren. Uiteindelijk sloot ik achteraan de kruipende stoet aan, met alleen onze hoofdtrainer nog achter mij. Buiten gekomen was een deel van mijn plan gelukt, ik had gezorgd dat iedereen weer uit de grot was gekomen.
Ik merkte dat ik ontspannen was op de weg terug door de grot, terwijl ik de kruip – door – sluip – door ervaring nog wat verder doorleefde. En bijna de uitdaging aanging om nog wat meer grenzen op te zoeken door terug te willen en de andere route naar de uitgang te pakken. Uiteindelijk niet gedaan, het had lang genoeg geduurd.
Teruggekomen, moest ik een van de trainers positief verbazen. Die had zich – overigens volledig terecht – afgevraagd of ik een overzicht had van wat er gebeurd was in de grot. Deze uitdaging ging ik graag aan, meestribbelen had ineens een andere betekenis. Ik deed de debriefing van de scene size-up. Daarbij gaat het over de veiligheid, de aantallen en het incident zelf. Zelfs tot mijn eigen verbazing, deed ik de scene size-up bijna vlekkeloos en op basis van de informatie die ik zelf had verzameld. Ik voelde een bepaalde mate van geluk in mij opkomen, ondanks alles had ik mij hervat. Dit was een workshop die ik niet voorzien had: Leiderschap (of beter gezegd, een versnelde workshop cave-rescue [wiki] voor Dummies).
Die avond hervond ik een soort van rust en kon mij op de laatste dag voorbereiden. Een aantal bijzondere leerpunten stonden op de lijst. Gebruik van de stethoscoop om longen te luisteren (moet ik toch echt gaan oefenen), het gebruik van naald en het opzuigen van medicijnen en het schoonmaken (debridement) van wonden. Weer een stapje op weg naar nog beter hulp kunnen verlenen.
De Mobiele Brigade
Het bijzondere is dat de moderne wereld ook de wildernis heeft weten te vinden. Terwijl de bebloede varkenspoten, waar we op moesten werken op tafel stonden – kwam er natuurlijk een beeld naar voren dat we allemaal wel kennen. Of dat nu is bij de hulpverlening, een ongeluk of wanneer er een bekende Nederlander / Vlaming / Belg of Cataloon langskwam: de mobiele brigade.
Toen kwam het examen. Goed lezen was niet meer mijn sterkste punt op dat moment en ik maakte een aantal voorkoombare fouten in mijn examen, maar he – ik was geslaagd. Geslaagd op meer dan een manier, ik was oprecht trots. Na de uitreiking van het certificaat en de bijbehorende patch was het weer tijd om Lusting te verlaten, met dank aan een mede cursist die me meenam naar Antwerpen.
Ik had wel een cadeautje van mijzelf tegoed, dus halverwege de opleiding had ik een extra ‘kennismakingstraining’ overleven geboekt. Ik vond wel dat ik een mooie afsluiting van de week had weten te verdienen. En het past bij mijn doel om hier wat verder mee te doen. Het afsluiten van de week op deze wijze, midden in de winter buiten te spelen en te slapen was een goede keuze. Zondagochtend werd ik wakker in de sneeuw en ik wist dat het tijd is om hiermee verder te gaan.
Wat het grot-moment betreft, de maandag daarna op weg naar het werk merkte ik dat ik mij weer ging opwinden over van alles en nog wat en tot mijn verbazing lukte het mij constant om terug te keren naar dat gevoel in de grot: loslaten op een nieuw niveau, wat een heerlijke ervaring. Nu keuzes gaan maken.
Bijzondere ontmoetingen hebben we allemaal, met mensen, met plekken, met herinneringen en met momenten. Ik heb inmiddels veel uitersten van het complex rond de binnenhof gezien. Gezeten in de bankjes van de eerste kamer, luisteren naar Docters van Leeuwen. Die mij raakte met zijn oproep om te gaan zoeken naar de ratio van de emotie en een proces bij mij in gang wist te zetten. Hoe mooi is het dan om in het kader van het verbinden met je collega’s nog eens een keer door het gebouw van de tweede kamer te mogen dolen. Wellicht een van de laatste keren voor de grote renovatie van het binnenhof.
Mijn huidige stad zien vanuit de ogen van mijn collega’s, dat had ik voor ogen toen ik van mijn fiets afstapte en de Haagse Kluis inliep. Bijna blindelings door het gebouw heenlopend naar het ’theehuis’ achterop de binnentuin. Ik was vergeten dat het theehuis eigenlijk de oude huissynagoge was van de bankfamilie die tot de tweede wereldoorlog dit huis bezat.
De ochtend werd besteed aan een eenvoudige workshop over lobby in Den Haag, gezien vanuit het Amsterdamse belang. De middag was bedoeld voor een ander bezoek aan het complex van de tweede kamer. Na de gebruikelijke plichtplegingen bij de beveiliging kwamen we binnen. Ik had mij natuurlijk voorgenomen dit bezoek de bijzondere details te bekijken en de rest over mij heen te laten gaan.
Eenmaal in het complex van de tweede kamer, ben ik natuurlijk gaan kijken naar de details waar je normaal niet naar kijkt. Zoals de interne telefoons die je overal aantreft. De rondleiding begon anders dan andere rondleidingen, met een persoonlijke geschiedenis van onze gastheer. Hij nam ons mee door de gebouwen van het complex aan de hand van zijn eigen 35 jaar aan geschiedenis. Storytelling is een onderwerp waar ik mij steeds meer in probeer te verdiepen en deze man paste storytelling in zijn ultieme vorm toe, ons rondleiden aan de hand van zijn eigen verhaal.
En zo kwamen we uit bij een klein kamertje in een van de gebouwen van het binnenhof uit. Dit kamertje is gelegen boven ‘Binnenhof 7‘, niet veel mensen zullen deze ingang kennen en nog minder mensen het verhaal daarbij. Ik zal eerlijk zijn, ook ik kende het verhaal bij deze ingang en daarmee dit kamertje niet. In dit deel van het binnenhof complex was tijdens de tweede wereldoorlog het kantoor van de Sicherheitsdienst (SD) gevestigd. In februari 1943 werd hier de communistische verzetsleider Gerrit Kasteins binenngebracht. Kastein sprong geboed door het raam van deze kamer (waarschijnlijk het raam dat niet zichtbaar is). Hij overleefde in eerste instantie de val, maar overleed alsnog enkele uren laten (waarschijnlijk) aan de gevolgen van zijn sprong. De betreffende kamer is met dank aan onze gastheer een herdenkingsplek geworden.
Dat er op het binnenhof nog meer sporen en herinneringen uit de tweede wereldoorlog zijn te vinden, bleek toen we het voormalig ministerie van justitie binnenliepen naar de enige plek in het complex dat ik eigenlijk nog voor de verbouwing wilde zien. We kwamen uit in de ‘handelingenkamer’, de bibliotheek van het binnenhof met bijna 30.000 boeken. Waaronder een paar hele speciale exemplaren en natuurlijk alles wat in twee eeuw is besproken en gezegd. Bij binnenkomst viel mij meteen de geur van oude boeken op, een welkome geur.
Een van de bijzondere boeken was een 1e druk van ‘Wealth of Nations‘ van Adam Smith, recent teruggevonden verstopt op de bovenste verdieping van de handelingenkamer. Dit boek betekende in zijn tijd een grote vooruitgang in de economische wetenschappen en het moderne denken over economie en liberalisme.
Ook in deze ‘Handelingenkamer’ tref je sporen aan die verwijzen naar de tweede wereldoorlog. Een mooi symbool en een sterke herinnering is toch wel de lege plank op de plek waar de handelingen over de bezettingsjaren hadden moeten staan. Een sterk signaal, dat een dergelijk nationaal socialisme en fascisme een groot gevaar is voor onze democartie.
Het bezoek aan de ‘Handelingenkamer’ betekende ook een eind aan dit bezoek aan het binnenhof. Een mooi bezoek met een aantal bijzondere ontmoetingen en intrigerende inkijkjes in de geschiedenis van het binnenhof. Ik kan ook niet wachten tot we tijdens de grote renovatie van het binnenhof mee kunnen kijken naar wat er allemaal gevonden gaat worden.
De dag zelf heb ik natuurlijk ook nog wat opgestoken over de praktijk van lobbyen en wat daar allemaal bij komt kijken. Daar was de dag natuurlijk over begonnen. Die workshops tijdens de Summerschool van de gemeente Amsterdam zijn toch wel bijzonder en leerzaam.
Mannanan daalde in zijn driebenige lichaamsloze vorm de berg af, het water op en vormde een boot om mensen naar het eiland te brengen. Op die boot, daar zat ik op. Al kort na mijn trip naar ’the Land of the Brave’ was ik al weer toe aan een weekend wat nieuws. Ik pakte er een kaart bij en een stukje land in het midden van de Ierse zee, tussen Ierland, Schotland,Engeland en Wales in trok zomaar mijn aandacht. Een eiland waar ik eigenlijk weinig van wist en dat mij wel eens leuk leek om te gaan bekijken, ik heb uiteindelijk 5 jaar op een eiland gewoond, dus hoe anders kan het zijn.
Island of Man – een eiland van 570 m2 in het midden van de Ierse zee – is een eiland van verhalen en mythes, zelfs nog meer dan in Schotland en Ierland. Ook niet vreemd, aangezien de mythe verteld dat het eiland is ontstaan doordat twee Reuzen van Schotland en Ierland met elkaar in een gevecht waren gewikkeld en daarbij met modder gingen gooien. Eigenlijk waren het stukken steen, maar dat klinkt in het Nederlands toch minder poëtisch. Leuk om dan toch meer te leren over een klein landje dat een cultuur lijkt te hebben die samenhangt van verhalen en mythes en gelijktijdig een inclusieve samenleving lijkt te zijn.
Ik besloot te vliegen, met de vroege vlucht vanuit Amsterdam naar Liverpool. Omdat ik geen ochtendmens ben, heb ik de nacht nauwelijks geslapen, maar kwam toch uitgerust aan op Schiphol. Natuurlijk had ik rekening gehouden met grote drukte, het was uiteindelijk al eind juni. Maar ik ben nog nooit zo snel door de beveiliging heen geraakt, dus dan maar een paar bakken koffie en een goed boek scoren. Uiteindelijk met het vliegtuig naar Liverpool, waar ik gelijk kreeg met de tijd dat ik nodig had om van het vliegveld naar het centrum te komen. Ik ben blij dat ik ervoor gekozen had de late boot naar het eiland te pakken, al was het maar om de mooie kans om Liverpool eens vanaf een andere kant te leren kennen. Liverpool, de stad van de Beatles, the White Star Lines en van onbekendheid met de stad zelf. Ik heb uren door de stad gezworven, de stad mogen belopen en mooie gesprekken gevoerd over de #Brexit en natuurlijk Thatcher. Ik vond Brussel altijd lastig om te begrijpen, maar nu ik die stad wat meer in de vingers krijg heb ik Liverpool als mooie vervanger gevonden.
Na de bijzondere stukken van Liverpool te hebben bewandeld, eindigde ik natuurlijk in het havengebied. Ik heb mij laten verrassen door de geschiedenis van Liverpool in haar museums en daarbij niet vergeten welke link de meest bekende scheepsramp heeft met deze stad. De Titanic is dan ook niet weg te denken langs de kade en in het museum, zelfs al heeft het schip Liverpool nog nooit aangedaan.
Na een klein hapje eten ga ik op weg naar de haven om de boot te nemen, ik ga op weg naar een ander land en toch niet helemaal. Ik mag inchecken, mijn bagage gaat door de scanner heen en ik zelf door het poortje. Ik mag gelukkig doorlopen, ik begin met die poortjes steeds beter te worden. Wachtend op de boot, komt langzaam maar zeker het oude eilandsysteem in mijzelf weer naar boven. Je past je eigenlijk aan op het ritme van het eiland, al voordat je de boot opstapt. Het is bijna zeven uur, ik pak mijn tassen en loop de boot op – HSC Manannan, vernoemd naar de zoon van de Keltische god van de zee. De combinatie tussen het eilandsysteem en de introductie van de Manx Mythes maken dat ik op de boot ook echt ontspan. Ik kan mij nog geen voorstelling maken van het eiland, maar van de vaart weet ik te genieten. Hapje eten, lokaal biertje erbij en uiteindelijk lekker wegdommelen. Om tien uur kwam ik op het eiland aan, al het eilandritme weer in mijn lichaam. Mijn kennismaking met Douglas was de wandeling langs de boulevard naar de hostel die ik had geboekt. Ik sla de straat in en de eigenaar staat mij zelfs netjes op te wachten, een kamer op de bovenste verdieping van een oud Victoriaans huis is mijn plek voor de komende drie nachten. Een plek waar ze geen kamer met nummer 13 hadden (ik zat in kamer 14) en smalle trappetjes omhoog. Maar wat een plek om de vermoeide benen omhoog te leggen en diep weg te dromen. De volgende ochtend haal ik een echt Manx ontbijt om de hoek en ga het eiland eens verkennen, geen idee waar ik nu eigenlijk terecht ben gekomen. Het lukt mij uiteindelijk niet om een mountainbike te huren, wat ik heel graag had gewild. Dus ik begin mijn verkenning op de andere wijze, via het zeer uitgebreide en op sommige punten erg ouderwets openbaar vervoers netwerk. Ik schaf mijzelf een OV chipkaart aan en ik mag van alle vervoersmiddelen gebruik maken, ik stap op de electrische tram naar Laxey om van daaruit het bergspoor te nemen naar Snaefell, het hoogste punt op het eiland. Daarna denk ik nog op tijd mijn mountainbike te kunnen huren en neem ik de stoomtrein naar port Erin om erachter te komen dat die verhuurder wegens omstandigheden die dag al vroeg was gesloten. Ik ben erg blij dat ik een OV chipkaart had aangeschaft.
Toen ik de dag daarna ook nog eens de paardentram nam als aansluiting wist ik het zeker, ik was terug in de tijd. Desondanks is het eiland enorm modern in gedachten, doen en cultuur. Gedurende mijn bezoek leer ik steeds meer over het eiland en haar geschiedenis. Het parlement Tynwald dat ontstaan is in de tijd van de Vikings en inmiddels het langst aaneengesloten opererend parlement is. Met al haar eigenschappen, zoals een jaarlijkse buitenvergadering waar iedereen bij mag en kan zijn. Eigen geld en eigen wet- en regelgeving. En een enorm mooi land om rond te lopen.
Ook kwam ik mijzelf er tegen. Inmiddels zie ik de bedelaars die ik tegenkom niet meer. Dus toen ik iemand tegenkwam die volledig aan de verwachting voldeed van de arme bedelaar, stond ik op het punt om hem ook te negeren. Wat zat ik fout, hij was gewoon onderdeel van de samenleving. Hij kwam niet om te bedelen, maar gewoon omdat hij wat nodig had – een handje om in zijn rolstoel van de stoep af te komen op weg naar de bushalte. Isle of Man had ook een ander effect op mij, met de verstilling kwam weer ruimte voor de verhalen. Verhalen begint voor mij ook weer belangrijk te worden, vooral verhalen uit een land dat bestaat van Verhalen.
Het eiland alle kanten proberen te bekijken en veel gezien, nog onder de indruk een meer behoefte aan verhalen en de kans om mijzelf te verbeteren met verhalen. Dat heeft een lang weekend Manx mij gebracht.
Even was ik er klaar mee en moest weg. Lekker ouderwets vertrekken en gaan. En dan natuurlijk wel in combinatie met mijn huidige hobby van het mountainbiken. Al enige tijd dacht ik na over een bezoek aan de Highlands, dus was de bestemming al snel gekozen: Inverness. Ik wilde mijn eigen mountainbike mee, dus was het idee al snel geboren om een combinatie met boot en trein te organiseren. Uiteindelijk maakte ik midden in de nacht tijd om te gaan plannen en zat ik achter mijn pc.
Met de boot van Hoek van Holland naar Harwich, dan met de trein naar Londen en dan maar eens uitzoeken hoe je van Londen met de trein naar Inverness komt. Natuurlijk had ik al wel van de Caledonian Sleeper gehoord, laten we maar eens gaan kijken wat de mogelijkheden zijn. Na het nodige puzzelen, had ik mijn rit op de besloot ik in Inverness maar een mountainbike te huren. Ik moest en zou natuurlijk op bezoek bij Nessie.
Tot in de ‘wee hours’ ben ik bezig geweest om mijn rit te plannen, dus tijd om dat bekende nachtje slapen te pakken. Heerlijk uitgeslapen bedenk ik mijzelf wat ik mee wil nemen, natuurlijk moet ik mijn fietskleding meenemen en mijn gewone kleding. Toch een grotere tas dan ik had bedacht, zo’n helm neemt stiekem meer ruimte in beslag dan verwacht. Gelukkig is het maar voor een paar dagen, dus echt druk maak ik mij niet. Oeps, ik moet naar de bushalte, de metro rijdt nog niet tot aan Hoek van Holland Haven. Dan gaat het ineens snel, in de haven loopt de check-in soepel – of dat over een jaar nog zo is. Op zoek naar mijn hut, tas neerleggen en alvast een drankje doen. Natuurlijk een goede pint stout op het dek en een kop thee voor het slapen gaan. Om dan op het deinen van de zee in slaap te vallen en in de ochtend fris wakker te worden.
Zo volgde een dagje Londen, een plek waar ik duidelijk al lang niet meer was geweest. Ik drop mijn bagage en loop langs veel verschillende bekende en minder bekende plekken. Een hapje eten doe ik in de Docklands, waar je nauwelijks nog een toerist tegenkomt. Dat zij natuurlijk de mooiere plekken om te zijn.
Ik geniet en vermaak en verwonder mij enorm. Over de stad, de mensen en plekken en over de Oystercard. Over het gemak waarmee ik mij door de stad beweeg, alsof ik er al jaren kom. Als ik aan het eind van de dag op het station terugkom om met de nachttrein verder te gaan, staat er stiekum inmiddels 33 wandel kilometer op de teller. Het voelt goed.
Ik mag het perron op voor de check-in en het vinden van mijn plekje in de trein. Dat ze vervangen moeten worden is duidelijk, hoewel comfortabel heeft de trein nog het gevoel van de luxere versie uit de jaren 70. Em dat klopt wel, de wagons zijn ruim 50 jaar oud. En in Engeland betekend dat ook nog dat alle deuren handmatig en buitenlangs geopend moeten worden.
Ik heb mij laten verwennen door de Schotse gastvrijheid en vriendelijkheid. Wat een wereld van verschil, zelfs al op de trein. De trein had problemen, dus in Abberdeen werden volgde ‘Berthing’ van alle zitpassagiers. We kregen een echt bed toegewezen, met alle extraatjes erbij.
In de ochtend werd ik wakker in een hele andere wereld. Besneeuwde bergtoppen en een geweldig landschap, zo uit de film. Ik was in Schotland.
Na een goed ontbijt, waar de Schotse gastvrijheid ook weer uit bleek heb ik nog een poosje kunnen genieten van geweldige vergezichten die een belofte vormden voor de rest van mijn reis. Inverness (of moet ik eigenlijk zeggen ‘Inbhir Nis”) kwam bijna onverwachts.
Het was vroeg, ik liep naar hotel om mijn bagage achter te laten en vervolgde mijn weg maar Highlandbikes. Ik wilde daar een mtb voor drie dagen huren en dat lukte ook nog. Met wat lokale extra kennis op zak, vertrok ik op mijn trouwe ros voor drie dagen. Wel even wennen overigens, een Big7 met 2×8 speed.
De eerste dag gebruik vooral om warm te rijden en de mtb te leren kennen. Deels via de normale wegen, deels via fietspaden en af en toe tussendoor fiets ik naar het slagveld van Culloden en naar wat andere bijzondere plekken in de ongeving. Natuurlijk was het gaan regenen op het monent dat ik op de fiets stap en heb ik vooral genoten van het Schotse weer. En natuurlijk trekken de leuke kleine weggetjes met bochten waar je niet voorbij kunt kijken het meest. Ik probeer ook vandaag al Loch Ness te bereiken, hoe lastig het is om daar te komen op de mountainbike zonder over de extreem drukke A-wegen te rijden blijkt wel weer. Ik zie veel van de rivier Ness, het Calledonian kanaal – maar Lochend haal ik vandaag niet.
Wat was ik blij met de kans en eer om een echt schots product in zij natuurlijke omgeving te kunnen gebruiken. Al jaren draag ik met plezier mountainbike kleding van Endura, een echt Schots merk. Juist tijdens het echte schotse weer, blijkt weer hoe goed het spul is.
Ik kwam natuurlijk naar Inverness op zoek naar Nessie, dus na een Schots ontbijt pak ik mijn spullen en mijn bike en volg de ‘Great Glen Way’ richting Loch Ness. Uiteindelijk 30 kilometers op een onregelmatige route dat op delen als een singletrack aanvoelde en met toppen tot 480 meter ook niet echt vlak lag. Onderweg heb ik ook nog een aantal singletrack genomen vlak bij Abriachan. De route was uitermate uitdagend op stukken en gaf mij meer dan eens een spannende workshop over rockgardens, onoverzichtelijke gedeelde stukken, leuke drops en mooie klimmetjes en af en toe ook nog door beekjes heen. Helemaal mooi was onderweg een geweldige gelegenheid om een kopje koffie met een ‘sponge cake’. Het kopje koffie bleek een halve kan te zijn en de sponge cake met heel veel liefde en aandacht en met lokale (eigen) producten gemaakt.
De beloning van al die inspanning volgde vervolgens na de verse koffie met uitzicht over Loch Ness en natuurlijk voegde ik een steen toe aan de cairn die deze geweldige plek aangaf. Even later zag ik tussen de bomen in Loch Ness iets, was dat toch Nessie? Was het haar toch echt? Ineens begreep ik waarom je met veel inbeeldingsvermogen een monster kon zien liggen. Vanaf dat punt zag ik ook mijn uiteindelijke doel, “Caisteal na Sròine” (Urguhart) vlakbij Drumnadrochit. Mijn benen waren blij met de pauze en een bezoek aan dit kasteel was bijzonder. Terug naar Inverness bleek een enorme uitdaging te zijn, daar waar de heenweg indrukwekkend was, bleek de terugweg vooral zwaar en afzien te worden. Ik heb het geweten toen ik ’s avonds om half tien terug kwam op hotel. Nog net op tijd om een paar boodschappen te halen en mijn bed op te zoeken. Ik had die dag ruim 80 kilometers op de mountainbike door de Schotse hooglanden achter de rug, moe en voldaan en vooral kapot – maar een enorme ervaring rijker.
Heerlijk geslapen en na wederom een goed ontbijt brak mijn laatste dag aan. Eerst nog een paar uurtjes in de ochtend in de omgeving buiten de gebaande paden rijden, ik merk de eerste twee dagen inmiddels goed in mijn benen. Kracht zetten in de klim gaat lastig en mijn lichaam wil eigenlijk niet meer. Dus uiteindelijk ga ik terug naar hotel, het was toch tijd om uit te checken. Nog snel even onder de douche en wat normalere kleding aan. Mijn tassen gaan weer in de bewaring en ik pak de mountainbike die ik uiteindelijk voor drie dagen had gehuurd en ga de meer toeristische plekken in de omgeving verkennen. Inverness kasteel, rivier de Ness en zelfs de botanische tuinen. Uiteindelijk via het fort Craig Phadrig terug naar Inverness, waar het tijd is om mijn mountainbike in te leveren en richting hotel te gaan. Natuurlijk kan het niet dat je zonder een goede fles schotse whisky het land weer verlaat, dus onderweg heb ik mij nog een keer goed laten informeren bij een lokale whisky huis, waar ik met een fles wegloop die wat meer kost dan de gemiddelde fles die ik thuis heb staan. Maar dan heb je ook wat, achteraf blijkt de fles van de Brackla distillery een absoluut een hele goede keuze te zijn geweest. Ik moet maar eens kijken of die ook in Nederland te verkrijgen is, ik heb een nieuwe voorkeur.
Na mijn bagage te hebben opgehaald, had ik nog net tijd voor een heerlijke maaltijd en een goed fles bier. Hoe een klein familierestaurant een plek heeft liet “The Riverside Restaurant” wel zien. Na een heerlijke maaltijd was het tijd om weer richting het station te gaan om aan de reis terug te beginnen. Hoe je met twee keer overstappen in eens weer in Den Haag staat.
Kennelijk had ik op de weg terug weer dezelfde wagon, maar was de storing nog steeds niet voorbij. Gelukkig had ik mijn zaklamp mee, want die was hard nodig. Met knaklichten en zaklampen en een vriendelijke staf haalden we Perth, waar we wederom een bed kregen toegewezen. In de ochtend kwamen ze zelfs mijn besteld ontbijt brengen, porridge met koffie. Weer een geweldig voorbeeld van het vriendelijke personeel aan boord van de trein en de Schotse gastvrijheid.
Natuurlijk nam ik de tijd om Londen verder te verkennen, het kleinste politiebureau ter wereld was mijn eerste stap. Want dat bracht mij precies op tijd bij de Churchill war room want de lijn achter mij liep al heel snel vol. Wat dit bezoek nog bijzonderder maakte, was dat ik hiermee het verhaal van de Yalta Conference vanuit het oogpunt van alle drie de deelnemers heb mogen meekrijgen. Want je hebt natuurlijk geen museum over Churchill zonder het hierover te hebben, al was het maar kort.
Het is ook in dit museum dat ik het meest nabij de deur van ‘Downingstreet 10’ kon komen, tenminste de deur die er tijdens de oorlogsjaren inzat. Want verder is het gebied van Downingstreet afgezet en enorm beveiligd. De rest van de dag heb ik gebruikt om de afwijkende versie van de ‘changing of the guards’ te bekijken, niet voor Buckingham palace waar ze nog een feestje hadden vanwege een of ander huwelijk, maar op de Horse Guards Parade aan het eind van ’the Mall’. De ceremonie zou van begin tot eind bijna anderhalf uur duren, mijn respect voor al die mensen die klaar staan.
Vervolgens loop ik nog meer plekken van Londen af en besluit ik nog naar het London Transport museum te gaan. De dag vliegt om en voor ik het weet is het weer tijd om naar het station te gaan. Ik pak de directe trein naar Rotterdam en heb dan alleen nog een intercity te nemen naar Den Haag. Met aan boord een goede maaltijd, gezellige mensen en twee tussenstops vliegt de tijd en omgeving letterlijk voorbij. De trein blijft een goed alternatief voor het vliegtuig, maar alleen nog wat aan die prijs doen. Het is natuurlijk ook geen eerlijke concurrentie als het vliegtuig nauwelijks belasting moet betalen en de trein de volle pond.
En ineens sta ik weer in mijn woonkamer, een heerlijke paar dagen later en toch mis ik het reizen nu al…