In veel verandertrajecten is het de insteek om één gezamenlijke taal te leren spreken, alle neuzen dezelfde kant opkrijgen en zo als een geheel te spreken. Ik heb altijd al geroepen dat dit een onmogelijke opgave is, maar dat een gezamenlijk woordenboek veel beter is en dat het nodig is elkaars talen te leren spreken.
Saturday Night Live kwam vrij recent met een sketch die het waarom in een keer zichtbaar maakt. Hoe de Engelse taal toch niet een taal is en wat er gebeurd als je niet naar elkaar luisteren kunt. Een andere manier van kijken naar fout lopende teambuilding- en verandertrajecten.
Ook gewoon omdat deze sketch naast actueel en relevant ook gewoon leuk is om te zien.
Ruim vijf jaar terug begon ik aan een bijzondere tocht, die begon met een stukje fietsen voor het Rode Kruis tijdens de Gran Fondo New York (GFNY). In deze bijzondere is nu een wisselpunt bereikt en daar is een onverwachte keuze gemaakt die wel weer mooie kansen gaat bieden.
Ik ben een vrijwilliger in een organisatie met beroepskrachten, bezig geweest met de beïnvloeding van een organisatie en een poging om een tribe te bouwen vanuit loshangend zand en de eilandjes die daaruit zijn gemaakt. Dat is vijf jaar lang zoeken, duwen, vleien en trekken om resultaten te behalen. Gelukkig hebben we wat te vieren.
Dan komt er een moment dat succes je gaat inhalen en dat er verschil gaat ontstaan tussen verschillende inzichten. Als hierover niet gesproken kan worden en het verschil niet weggenomen kan worden, is het tijd om keuzes te maken. Vooral als je met een geweldig team werkt dat voor een deel ook gericht is op groepsprocessen, groepsdynamica en verandermanagement en je allemaalmaal werkt vanuit een eenzelfde praktijkgerichte instelling.
Dan komt er een moment dat je dus keuzes moet maken, dan is een stukje inzicht op groepsdynamica wel handig. Er is niets verkeerds aan een stukje strijd om tot nieuwe normering te komen in een samenwerking, maar dan moet dat wel mogelijk zijn. Als je in de verschillende fases vast komt te zitten, dan is het tijd om na te denken over het loslaten. Laat loslaten nu een ontwikkelpunt van mijzelf zijn.
We gaan verder, maar dan wel met die dingen die we leuk vinden en waar we eigenlijk onafhankelijk verder kunnen. Mooie dingen komen er aan, de tocht komt daarmee niet ten einde, maar slaat een nieuwe weg in.
Een poosje terug schreef ik “Wees jezelf en pas je aan“, over een aantal los van elkaar staande zaken die toch in elkaar overliepen. De titel leverde verwarring op en hoewel het niet mijn tekst was, was dat de bedoeling ook. Het was de verwarring waar ik zelf mee rond liep, want ik herkende de paradox van de vraag. De kennelijke tegenstelling tussen de opmerking die ik vaak op kantoor hoor “wees jezelf, maak gebruik van je krachten” en de impliciete opdracht die uit een dergelijk gesprek komt om aan jezelf te gaan werken omdat je jezelf onvoldoende aangepast hebt aan het team. Die tegenstelling heb ik altijd gevoeld en gekend, maar nog niet eerder goed kunnen aanpakken. Lange tijd ben ik met mijn persoonlijke ontwikkeling bezig geweest omdat ik naar het verleden keek en dacht dat ik moest veranderen (want dat was de impliciete toon in de onderstroom bij de opdracht mijzelf te blijven).
Vlak voor kerst kreeg ik de kans mee te doen aan een interne workshop over systeemdenken [wiki]. Op weer een bijzondere locatie, namelijk in de gemeentelijke bioscoop. Het is leuk om te zien dat kennis op hun plek blijf vallen en het toepassen mooie zetten krijgt. Al zit ik voorlopig in mijn plato’s grot moment best lekker. Het begin steeds meer onderdeel van mij te worden in plaats van iets dat heel bijzonder is. Natuurlijk blijf ik elke dag leren en begin ik daar nu helemaal van te genieten. Tijd om voort te gaan.
De kern van “Wees jezelf en pas je aan” was mijn worsteling om alles een plek te geven zonder mijzelf te verliezen in de wens van de ander en dan ook bij mijzelf te blijven. Ik heb daarin een bijzondere vervolgstap gezet en kijk nu al uit naar hoe ik hier verder mee mag gaan.
In 2017 had ik een bijzondere ontmoeting in Lustin, toen ik opging voor mijn Wilderness Advanced First Aid bij Outward Bound Belgie. Een bijzondere ontmoeting waar ik nog elke dag met plezier aan terugdenk en waar ik graag een vervolg aan wilde geven. Toen de Wilderness First Aid Bridge aangebonden werd, hoefde ik dan ook niet lang na te denken over deze kans.
Net als de vorige keer begon het met de treinreis naar Lustin, een bijzondere ervaring als je daarvoor met de NS wil gaan reizen. Het maakt de reis in ieder geval spannend als je je “aansluitende” trein op een paar seconden na mist, omdat je achter die “aansluitende” trein vaststond. Gelukkig had ik niet gekozen voor de laatste trein naar Lustin. Aankomen in het donker en de wandeling naar de locatie is een rustmomentje in zichzelf. Zozeer zelfs dat het lieve Waalse echtpaar dat mij een rit aanbood, mij wel voor gek heeft moeten verklaren. Wie laat een autorit van 10 minuten schieten voor een wandeling van 40 minuten, mijn favoriete kant op: uphill. Het was wel een wandeling die voor meer dan de helft langs de Maas voert.
Het was een gezellig terugzien van het huis en net als de vorige keer kon ik een bed vinden en aan de thee. Met de nieuwe matrassen was het dit keer zelfs goed slapen. Net als de vorige keer ontmoette ik de meeste meeste deelnemers aan het ontbijt. Ik voorzag weer een aantal mooie dagen met beelden die inmiddels wat minder alleen op discovery langskwamen. Mijn instructeursteam waren dezelfde mensen die ik in 2017 ook voor mij had staan, ik wist dus dat ik een hoogwaardige en intensieve vier dagen tegemoet kon zien. Ik had er nog meer zin in.
De eerste dag stond vooral in het teken van veel herhalen en meteen verdiepen van de stof van het vorig jaar en natuurlijk een paar mooie simulaties. Want ook dit jaar waren de vier – intensieve – dagen een afwisseling van veel praktijk en theorie, wat juist deze opleiding zo bijzonder interessant maakt. Dat en natuurlijk het paaldansen op hoogte dat uit de hand liep. Gelukkig was dit natuurlijk slechts een van de simulaties tijdens deze opleiding.
Ook dit keer waren de maaltijden bijzonder goed verzorgd, echt onderdeel van het gastvrije onthaal bij Outward Bound. Het maakt die vier dagen net dat beetje extra mooi. Tijd om met elkaar te praten, even tot rust te komen en na te denken over wat de avond zou brengen. Helaas dit jaar geen uitgebreide verhalen en filmpjes, maar praten en leren en natuurlijk onder het genot van een heerlijk biertje. Zo raakten we van een discussie over de Belgische politiek (waar ze zonder regering kunnen overleven), via de platte aarde theorie naar kattenfilmpjes en de trollenknots.
Verdiepende verdiepingen komen altijd op momenten dat je ze niet verwacht. Bewustwording van het constant overal tegen willen vechten is een rode draad voor mij geweest dit jaar, ik ben het jaar begonnen met de bewustwording dat ik dingen anders wil. Het was nog zoeken naar het hoe en wat. Hoe dan ook, ik kwam in mijn eigen allegorie van de grot [wiki] terecht. De uitwerking van Plato over hoe de menselijke kennis staat in relatie tot de realiteit, voorgesteld door gevangenen in een grot die zelfs als ze hun ketenen afwerpen niet van hun werkelijkheid in de grot weg zouden willen. De weg uit de grot staat symbool voor de groei. Hoe had ik kunnen weten dat je die allegorie ook letterlijk kon nemen.
De woensdag stond in het teken van de grote simulatie. In de ochtend werd ik gevraagd of ik bereid was om in plaats van de EHBO-handelingen te doen, een coördinerende rol wilde vervullen in deze simulatie. Toen begon bij mij het verhaal van de aannamen, de invullingen en de diepe leercurves en vaak mijn hoofd stoten.
Mijn beeld van een grot was er eentje zoals we die in Nederland kennen van het schone Limburgse land of die van de grotten van Remouchamps nabij Spa. Op basis van die beeldvorming, ga ik mijn informatie verzamelen en mijn plan opstellen. Ik probeer een beeld te krijgen van wat ik ga aantreffen en wat ik kan verwachten. En toegegeven, ik dacht dat even dat ik wel iets aan voorbereiding had gedaan.
Foto: Diesel
We doen de briefing, halen het materiaal en bereiden ons voor. Hup in de bus, natuurlijk na de verplichte groepsfoto. Mijn team die was wel klaar voor de simulatie. Mijn team wel 🙂 Het begon al fout te gaan bij aankomst, toen we langs de weg stonden en ik mij afvroeg waar in vredesnaam de ingang van die grot zou moeten zijn. Door een klein schuurdeurtje kwamen we in een soort van binnenhofje uit met een deur. Nog voor we naar binnen gingen, liep mijn plan al fout 😉 Een van onze deelnemers was tevens (mede)beheerster van de betreffende grot en moest voorop, dat was nog wel op te lossen.
Daarna ging het snel bergafwaarts met mijn plan en mijn ego, de deur ging open en ik sloot bijna de rij af van mensen die naar binnen gingen. Geleerd om bij nabij de uitgang de centraalpost te hebben, zodat communicatie naar buiten en opvang van de hulpdiensten mogelijk was – positioneerde ik mij bij de ingang. Terwijl ik keek naar dat minieme gaatje waar ineens iedereen doorheen aan het kruipen was. Zo had ik mij die grot toch echt niet voorgesteld. In eerste instantie hield ik mij aan mijn plan en stuurde het team vooruit, waarna wij alsnog werden geroepen om mee de grot in te gaan. Dat was ongeveer het einde van al mijn plannen, de grotingang was alleen mogelijk door een gang die zo breed was dat je je ook echt aan die keuze conformeerde. Omkeren halverwege of niet verdergaan zat er niet in. Na zo’n vijftig meter kruipen bekroop mij ineens een heel ongemakkelijk gevoel, even kwam mijn natuurlijk gedrag op dit soort situaties naar boven en ik wilde gaan vechten. Ik wilde vechten om zo snel mogelijk langs of met al het materiaal bij de plek te komen waar we moesten zijn, om mij met de medische handelingen te gaan bemoeien en vooral omdat ongemakkelijke gevoel van binnen aan te pakken. ‘Freeze, Flee or Fight’, ik weet wat mijn natuurlijke reactie is.
Ineens besefte ik mij hoe onmogelijk het was om op die plek in gevecht te gaan met wat dan ook. Hoe onmogelijk het is om de wanden van de gang zelfs maar voor een micrometer aangepast te krijgen en hoe onmogelijk het is om de situatie onder controle te krijgen, laat staan te houden. Op dat moment hoorde ik mijzelf zuchten en realiseerde ik mij ineens wat ik deed en de onzin daarvan. Terug kon ik niet, vechten was een onmogelijkheid en bevriezen was ook uitgesloten. Daar kroop ik, zonder ook maar de mogelijkheid te hebben enige oer overlevingsmechanisme dat ik in mij heb te gebruiken. Er zat dan ook niets anders op dan mij over te geven aan wat er gebeurde en aan het gevoel dat in mijn opborrelde, te accepteren dat mijn plan had gefaald en dat ik ineens vol zat met emoties.
Het resultaat was volledig het tegenovergestelde van wat ik van mijzelf kende. Ik werd volledig rustig en kon mij overgeven aan de situatie en daarmee er grip op krijgen. Geen controle, maar wel besef, grip en bewustwording. Ik voelde een rust over mij heen komen die ik nog niet zo vaak ben tegengekomen.
Omdat de begeleider die ons had gezegd toch mee te komen niet had gewacht, was het kruipen ook nog een zoektocht geworden. Een hele harde les over nog meer aannamen en beelden, een hele harde les die mij nog beviel ook. Uiteindelijk zouden ze ons niet in een grottenstelsel loslaten waar we de halve wereld zouden kunnen vinden. Had ik nu echt de rust om mij dat te realiseren?
Aangekomen op de plek van het ongeval, gebeurde er nog veel meer. Intussen had mijn team zich dus georganiseerd en de persoon die de medische leiding op zich had genomen kwam direct naar mij toe om mij te brieven. Dat ging op een gegeven moment naar mijn idee te diep, maar ik merkte al snel dat ze zich had voorbereid dat ik ook daar het gevecht niet moest aangaan om mijn ‘gelijk’ te gaan halen. Toen kwam de onvermijdelijke vraag: wat doen we verder.
Mijn handen jeukten om naar beneden te gaan, ik had inmiddels ook tijd gehad om de situatie iets te boordelen en ik kwam tot de conclusie dat ik geen toegevoegde waarde zou hebben door naar beneden te gaan en te proberen die rol op mij te nemen. Ik heb vervolgens haar weer naar beneden gestuurd en ben gaan communiceren. Ik kreeg mijn beeld steeds beter rond en kon gaan oordelen wat op dat moment nodig was. Ik besloot toen van bovenaf de zaak te blijven aansturen. De eerste lopende slachtoffer kwam al naar boven en het andere slachtoffer had het helaas niet gehaald. Daarmee had ik het nog niet gehad, het werd nog interessanter.
Er werd gevraagd om een gidslijn om het slachtoffer dat op de wervelplank werd gelegd naar boven te halen. ‘Shit’ was mijn eerste gedachte, ik weet net iets meer van touwen dan ik van grotten wist – ik had uiteindelijk mijn ’toprope’ gehaald. Maar daar hield mijn kennis van touwen dus ook mee op. Gelukkig wist ik dat twee mensen uit mijn team experts waren op het gebied van touw en toevallig had ik een van de twee al naar boven laten komen. Ik had intussen een klein team boven staan dat ik formeerde en onder aansturing van de ‘expert’ zette. Hij wilde eerst de rol aan een ander overlaten, omdat die al veel meer ervaring had, maar ik kon hem overtuigen dat dit voor hem wel degelijk een goede kans was. Dus, hij pakte ook de rol.
Ook hier was mijn eerste gedachte, damn – ik wil het allemaal zelf kunnen. Maar de net gevonden rust van het eerdere kruipen kwam ook naar boven en ik concentreerde mij op mijn eigen rol en bracht het vertrouwen op in deze mensen die ik zelf pas twee dagen kende. Ik had een plek gevonden die mij een goed beeld gaf over het geheel, ondanks dat ik niet helemaal veilig stond. Het beeld van het incident werd mij steeds duidelijker. De dienende leider, ineens begreep ik niet alleen de theorie – ik deed het ineens. Al lerend en al doende, wat een ervaring – wacht, ‘ervaringsleren’.
Foto: Diesel
Het slachtoffer was geëvacueerd en de simulatie ten einde, maar ik zat nog altijd in mijn eigen rol en had zoveel overzicht dat ik zelfs kon aangeven waar welk lid van mijn team, de ‘vrijwillige’ slachtoffers en de begeleiders waren. Uiteindelijk sloot ik achteraan de kruipende stoet aan, met alleen onze hoofdtrainer nog achter mij. Buiten gekomen was een deel van mijn plan gelukt, ik had gezorgd dat iedereen weer uit de grot was gekomen.
Ik merkte dat ik ontspannen was op de weg terug door de grot, terwijl ik de kruip – door – sluip – door ervaring nog wat verder doorleefde. En bijna de uitdaging aanging om nog wat meer grenzen op te zoeken door terug te willen en de andere route naar de uitgang te pakken. Uiteindelijk niet gedaan, het had lang genoeg geduurd.
Teruggekomen, moest ik een van de trainers positief verbazen. Die had zich – overigens volledig terecht – afgevraagd of ik een overzicht had van wat er gebeurd was in de grot. Deze uitdaging ging ik graag aan, meestribbelen had ineens een andere betekenis. Ik deed de debriefing van de scene size-up. Daarbij gaat het over de veiligheid, de aantallen en het incident zelf. Zelfs tot mijn eigen verbazing, deed ik de scene size-up bijna vlekkeloos en op basis van de informatie die ik zelf had verzameld. Ik voelde een bepaalde mate van geluk in mij opkomen, ondanks alles had ik mij hervat. Dit was een workshop die ik niet voorzien had: Leiderschap (of beter gezegd, een versnelde workshop cave-rescue [wiki] voor Dummies).
Die avond hervond ik een soort van rust en kon mij op de laatste dag voorbereiden. Een aantal bijzondere leerpunten stonden op de lijst. Gebruik van de stethoscoop om longen te luisteren (moet ik toch echt gaan oefenen), het gebruik van naald en het opzuigen van medicijnen en het schoonmaken (debridement) van wonden. Weer een stapje op weg naar nog beter hulp kunnen verlenen.
De Mobiele Brigade
Het bijzondere is dat de moderne wereld ook de wildernis heeft weten te vinden. Terwijl de bebloede varkenspoten, waar we op moesten werken op tafel stonden – kwam er natuurlijk een beeld naar voren dat we allemaal wel kennen. Of dat nu is bij de hulpverlening, een ongeluk of wanneer er een bekende Nederlander / Vlaming / Belg of Cataloon langskwam: de mobiele brigade.
Toen kwam het examen. Goed lezen was niet meer mijn sterkste punt op dat moment en ik maakte een aantal voorkoombare fouten in mijn examen, maar he – ik was geslaagd. Geslaagd op meer dan een manier, ik was oprecht trots. Na de uitreiking van het certificaat en de bijbehorende patch was het weer tijd om Lusting te verlaten, met dank aan een mede cursist die me meenam naar Antwerpen.
Ik had wel een cadeautje van mijzelf tegoed, dus halverwege de opleiding had ik een extra ‘kennismakingstraining’ overleven geboekt. Ik vond wel dat ik een mooie afsluiting van de week had weten te verdienen. En het past bij mijn doel om hier wat verder mee te doen. Het afsluiten van de week op deze wijze, midden in de winter buiten te spelen en te slapen was een goede keuze. Zondagochtend werd ik wakker in de sneeuw en ik wist dat het tijd is om hiermee verder te gaan.
Wat het grot-moment betreft, de maandag daarna op weg naar het werk merkte ik dat ik mij weer ging opwinden over van alles en nog wat en tot mijn verbazing lukte het mij constant om terug te keren naar dat gevoel in de grot: loslaten op een nieuw niveau, wat een heerlijke ervaring. Nu keuzes gaan maken.
Net na half zes in de middag op 22 april 1915 golft een geelgroene wolk van bijna 6 kilometer breed over deze gronden heen. Blinde paniek overheersten bij de soldaten die in de loopgraven in het pokdalig landschap liggen. Sommige loopgraven waren leeg, toen de Duitsers optrokken, om in het landschap direct achter de loopgraven honderden doden aan te treffen. Soldaten die in blinde paniek vanuit de loopgraven wegvluchten. Slachtoffers die vechten om lucht, gele schuim om de mond die tegen de tijd dat ze bij de hulpposten aankwamen al waren gemengd met het bloed van bloedingen in hun luchtwegen en longen. 5000 soldaten die een verschikkelijke dood stierven en 10 – 15 duizend gewonden met vergiftigingsverschijnselen die voor een deel de rest van hun (korte) leven arbeidsongeschikt zouden zijn, dat zou de lugubere uitkomsten van deze eerste gifgasaanval moeten zijn geweest.
Ik ga stil bij de absurditeit van deze locatie, ik sta op de plek waar op 22 april 1915 de eerste succesvolle gifgasaanval van de eerste wereldoorlog. Een bucketlist moment waarvan ik eigenlijk vond dat ik deze nog voor 11 november 2018 moest gaan doen, een bezoek aan de slag(cht)velden van Ieper.
Stenen zoals zovelen
Op donderdag 8 november kom ik aan op het station in Ieper aan en loop naar het door mij geboekt hotel. In aanloop naar wapenstilstandsdag is het erg druk, uiteindelijk sluit de wereld op deze dag 5 jaar stilstand bij 100 jaar tweede wereld oorlog af. Na de check-in loop ik eerst naar het ‘In Flanders Field’ museum en natuurlijk een rondje via de Menenpoort naar een eerste begraafplaats.
In Flanders Field
Ik stap op de fiets, voor vandag wil ik naar de plek waar de eerste ‘succesvolle’ gasaanvallen hebben plaatsgevonden. Een strook grond – eigenlijk niet veel bijzonders – net buiten Ieper. Je rijdt ervoor langs een industriegebied en het Ieper – Ijzer kanaal. Eigenlijk niets bijzonders, gewoon een weg zoals vele anderen. Een weg eigenlijk, zoals vele anderen er zijn. De realiteit komt eigenlijk pas binnen door de vele begraafplaatsen in de omgeving. In principe nooit minder dan 40 graven, want kleiner waren al verplaatst. Tientallen, honderden alleen al in de directe omgeving van Ieper.
Vele jaren terug bezochten we met school de Slagvelden bij Verdun, met een groot osuarium waar je in kon kijken. Zo, in de ogen van een schedel van een onbekende soldaat. En dan te bedenken dat dit een van de duizenden soldaten was die in het knekelhuis terecht was gekomen en niet een van die duizenden die een graf hadden gevonden voor het osuarium. Een beeld dat altijd in mijn hoofd is blijven zitten en de reden waarom ik zo – daags voor 11 november 2018 – Ieper wilde bezoeken.
Ik bezoek ook een van de loopgraven in de directe omgeving van Ieper, op een wel heel bizarre locatie. Letterlijk midden in een industriegebied, verstopt tussen grote fabriekshallen ligt de “Yorkshire Trench & Dug-out”
Onder de indruk, bezoek ik die avond de Menepoort voor de last post ceremonie. Voor hen die nooit oud zullen worden en in Britse dienst zijn gestorven. Staande in een poort waar de namen van ongeveer 54.900 soldaten staan vermeld die nooit of soms pas jaren later een eigen graf hebben gevonden. De meesten van hen liggen nog ergens in de gronden langs de fronten van ‘Den Groote Oorlog”
“They shall grow not old, as we that are left grow old:Age shall not weary them, nor the years condemn.At the going down of the sun and in the morning. We will remember them.”L. Binyon
Na deze indrukwekkende ceremonie, ben ik nog een hapje gaan eten op de grote markt van Ieper en daarna terug op hotel voor een goede nacht.
De volgende dat huur ik wederom een fiets en besluit drie routes min of meer te combineren, wat mij ongeveer 60 fietskilometers oplevert (waarvan er vreemd genoeg maar 46 van zijn geregistreerd). Ik begin mijn rit op de plek waar een van de bekenste gedichten uit de eerste wereldoorlog is geschreven ‘in Flanders Field’.
Op deze plek, langs het front aan het kanaal in de dagen rond de grote gifgasaanvallen was in de dijk een hospitaal gevestigd. Een hospitaal was het nauwelijks te noemen, eerder de hel op aarde. Dagelijks kwamen hier honderden aan, werden geholpen en werden teruggestuurd of begraven.
Het geheim van bijna elke begraafplaats langs de linies van Ieper en wellicht langs het gehele front van de eerste wereldoorlog: ‘den groote oorlog’. Vrijwel elke begraafplaats is ontstaan op een plek met een (veld)hospitaal of lazaret.
Hier ontstaat ook de link met de ‘poppy’, de klaproos. In die tijd vrijwel het enige dat groeide op de slagvelden.
In Flanders Field
In Flanders fields the poppies blow Between the crosses, row on row That mark our place; and in the sky The larks, still bravely singing, fly Scarce heard amid the guns below. We are the Dead. Short days ago We lived, felt dawn, saw sunset glow, Loved, and were loved, and now we lie In Flanders fields. Take up our quarrel with the foe: To you from failing hands we throw The torch; be yours to hold it high. If ye break faith with us who die We shall not sleep, though poppies grow In Flanders fields. – John Mccrae 1915
In Flanders fields the poppies blow
Via een deel van de fietsroute die loopt langs de linies, rij ik door naar Tyne Cot en het nabij gelegen Passendael. De realiteit van de omvang, om de paar honderd meter tref je een begraafplaats, memorial of ander element aan dat verwijst naar de oorlog.
Staande op een begraafplaats ergens midden in het veld, is het niet ongewoon het kruis van omliggende begraafplaatsen te zien staan. Het landschap dominerend als staande herinnering aan hen die niet oud worden.
Meestal voorzien van vele graven met een vergelijkbare tekst en een vaste onderlijn: ‘A soldier of the Great war, Known unto God‘. En op Tyne Cot.. nog drie zeer recent gegraven graven.
Honderd jaar later is de realiteit dat de Oorlog zich nog laat gelden. Nog meer onbekende soldaten, nog meer ‘ijzeren oogst’ komen boven tijdens het ploegen of de bouw en een enkele keer vraagt ‘den groote oorlog’ zelf nog om een menselijk offer. Niet vreemd als je bij enige regelmaat langs de weg niet ontplofte ammunitie tegenkomt, achteloos neergelegd in afwachting tot het moment dat de explosieve opruimingsdienst van het Belgische leger ze komt ophalen. Niet wetend of die huls zijn gevaarlijke lading bevat of dat het wellicht zelfs om een (lekkende) gasgranaat kan gaan.
Vele geschreven en ongeschreven verhalen uit deze oorlog komen samen rond Ieper. De ontploffende mijnen die werden gegraven onder de loopgraven van de tegenpartij, vind ik bizar. Het zien van de effecten daarvan, zelfs 100 jaar later nog zichtbaar in het veld. Tijdens mijn rit bezoek ik twee van die locaties, de ene gepland de ander onverwacht. Het gevaar van de mijnen is ook nu – 100 jaar later – nog ver van over, meerdere mijnen bestaan nog.
Het beeld van een aantal niet opgeruimde loopgraven in Noord-Frankijk staat mij nog bij van dat bezoek aan Noord-Frankrijk. Ook rond Ieper kom je ze tegen, soms bewust bijgehouden zoals op ‘Hill 62’. Maar soms ook gehouden zoals ze waren, zoals op ‘Hill 60’ waar honderd jaar later de loopgraven nog zichtbaar zijn in het landschap.
Rond Ieper gaat het leven gewoon door, 100 jaar later kom je op de meest willekeurige plekken de herinneringen van ‘den Groote Oorlog’ tegen. Soms bewust gebouwd, soms omdat men er niet om heen kon. Een oorlog om alle oorlogen overbodig te maken, vraagt eigenlijk altijd nog om offers en om niet te vergeten.
Hoe 11 november 1918 om 11 moet hebben geklonken is lang onbekend gebleven, recent werd aan de hand van een teruggevonden geluiddstrook een reconstructie gemaakt. Vooral de snelheid waarop de natuur de wereld weer overneemt weet mij te verbazen in dit geluidsfragment.
An eerie sound, the moment the guns felt silent (11 nov 1918)
Ik lever mijn fiets weer in en begeef mij naar het station voor de weg terug. Mij blijft bij de indrukwekkendheid van het slagveld dat geen andere oorlog heeft gekend en het het nieuws besef dat we ons te weinig beseffen hoeveel bijna 75 jaar vrijheid en zonder grote oorlogen waard is. We leren maar niet van onze eigen geschiedenis. Dit was een bucketlist momentje de moeite waard.