Dialoog, verbinding en autonomie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden bij het samenleven. Er is dan ook een reden dat deze elementen in vrijwel elke vorm van (internationaal) recht terug lijken te komen. En op kleinere schaal komen ze voor mij ook terug op de werkvloer en zelfs in de wijk. De sabotage aan deze basis is duidelijk terug te zien in de wereld waarin we nu leven.
De grappen worden harder, communicatie steeds lastiger, stakingen komen steeds vaker voor en oorlog is weer aan de orde van de dag. De sabotage lijn is een instrument uit de Lewis Deep Democracy, een mooie manier om vanuit de kracht van het conflict de dialoog aan te gaan en te werken aan verbinding en autonomie.
De dialoog gaat niet vanzelf. Je zult er echt werk van moeten maken en niet vervallen in sabotage gedrag. En soms is sabotage gedrag best duidelijk en meteen herkenbaar, zoals bij een staking of gewoon gaan dwarsliggen. Soms blijf je een lijn over gaan en denk je dat je er goed aan doet, bijvoorbeeld door constant overal grappen van te maken. Op dat moment kun je elkaar simpelweg niet meer ontmoeten en kan het een uitdaging worden de ontmoeting weer te vinden.
De weg naar vrede zal lang zijn en moeilijk, maar of sabotage daar een rol in zou moeten spelen. Ik moet dan alleen maar denken aan de beelden.
Ik kwam een oproep tegen van Dennis van Nieuwenhuijzen PhD (https://lnkd.in/eppvNZZn) over de bescherming van het cultuurerfgoed in tijden van oorlog, zoals opgenomen in het cultuurgoederenverdrag (1954) als onderdeel van de Haagse conventies. Die oproep deed mij stilstaan bij kunst in Oorlogstijd.
Ik was laat als het gaat om kunnen genieten van kunst en cultuur. Ik heb het niet van huis uit meegekregen en verkeerde niet in de kringen waar kunst een ding was. Toch is de kunst en cultuur later een rol gaan spelen, zelfs in mijn werkzame leven. Terugkijkend denk ik dat hier ook veel voordelen aan zitten, zo ben ik mij bewuster van wat mij raakt en niet.
Kunst in oorlogstijd is veel onder de aandacht geweest de afgelopen tijd. Zo bezocht ik recent nog het Museum Bredius, waar 14 stukken uit het Khanenko Art Museum hangen. Niet geheel toevallig het museum waar ik nu ook op uitkijk. Ook was ik onder de indruk van de tentoonstelling “Huis in de Storm” over het Mauritshuis ten tijde van de tweede wereld oorlog. De museumdirecteur Wilhelm Martin uit deze tijd, zei het al terecht: “’t Is droevig dat de oorlog vergt dat men ’s lands kunst voor het oog verbergt.”
Verborgen kunst is letterlijk wat op straat te zien is. Belangrijke beelden die zijn ingepakt, museums die extra veiligheidsmaatregelen hebben genomen, kunst dat niet meer de muren hangt. Maar er ontstaat ook nieuwe kunst of wordt kunst gerecycled. Uit de kracht van het conflict ontstaat iets nieuws. Kunst met een eigen betekenis en voortkomend uit het conflict en de beweging die het voortbrengt. Kunst met soms een eigen en nieuwe betekenis. Dat maakt het wandelen in de stad extra bijzonder en brengt concepten samen.
Het cultuurgoederenverdrag (van de Haagse conventies, getekend in 1954) gaat over de bescherming van erfgoed in tijden van oorlog en conflict. Toch zie je in de praktijk dat het er heel anders aan toe gaat, waarschijnlijk vanuit het mogelijk doel tot de vernietiging van de Oekraïense cultuur zelf? Dat zou niet voor het eerst het doel kunnen zijn.
Terugkomend op bovenstaande oproep. Ik heb zelf niet de expertise om hier iets in te betekenen. Maar als jij daar wel wat in kunt betekenen, laat het hem vooral weten.
De humanist Erasmus zei het al: “Oorlog is het enige spel, waarbij beide partijen verliezen.” Oorlog zien we in alle mogelijke conflictmodellen als de meest extreme en onwenselijke uitkomst van een conflict. Hoe komt het dan, dat we onvermijdelijk in oorlog terecht komen?
Terwijl ik dit schrijf, schuil ik zelf voor de oorlog. Het luchtalarm is afgegaan en ik ben inmiddels het mij zo bekende metrostation ingegaan. Wachtend op het moment dat uit mijn telefoon het bekende “may the force be with you” gaat klinken, de melding dat het alarm over is.
Ik zal eerlijk zijn, ik doe eigenlijk gewoon mee met de bevolking hier. Ik ben een keer naar beneden geweest om te ervaren wat dat meebrengt, maar verder is schuilen (nog) geen grote behoefte in het deel van de stad waar ik ben. Ondanks dat er vannacht niet alleen regen en het weerlicht naar beneden kwam, maar ook de drones en het afweergeschut.
Hoewel ik een enorme behoefte aan veiligheid en vrede voel, maar ik ook dat ik vanuit een behoefte aan autonomie en betekenis het volk de overwinning over de agressor wens. De bullebak en de agressor zouden nooit mogen winnen.
Persoonlijk maakt het mij niet onrustig, het is omgaan met de huidige tijd in zijn meest extreme vorm. Maar in de praktijk kom ik deze ervaring in veel kleinere vorm ook gewoon tegen op kantoor, bij het vrijwilligerswerk en op straat. Daar heb ik nog wat te doen en te geven.
Aan de oorlog kan ik niets veranderen, dat is te groot. Maar wat we in het groot kennen, ervaren we vaak ook de kleine conflicten tussen mensen. Soms zelfs zonder het door te hebben. Hoe mooi zou het kunnen zijn als we het conflict op tijd zouden kunnen herkennen en wellicht zelfs bespreekbaar kunnen maken, wie weet leren we dan weer met elkaar in plaats van tegen elkaar te leven.
Recent mocht ik vooraf meekijken met de ontwikkeling van een eBoek van Dennis Vrooland, dat gaat over conflicten en hoe je daarmee om kunt gaan (https://lnkd.in/e3PwXuVT). Hier staan al hele mooie ideeën en handvatten in om met de verbinding aan de slag te gaan.
Het is juist de kracht van het conflict om deze juist aan te gaan in plaats van zolang uit de weg te gaan, zodat je in onmin en oorlog uit elkaar raakt. In een goed conflict is er ruimte om te onderzoeken wat er gebeurd en wat je zou kunnen doen om hiervan met elkaar te leren. Om uiteindelijk samen in een empathische verbinding te blijven en zo de wereld een stukje beter te maken.
In zoveel verschillende methodieken die ik gebruik, komt dit als rode draad terug. En hoe lastig het is, bemerk ik elke keer weer als ik zelf weer in mijn valkuilen struikel. Maar dit bezoek, laat mij wel weer het belang ervaren van de kracht van het conflict en waarom ik ermee verder wil.
En jij, wat is jouw meest indrukwekkende conflict?
In ons dagelijks leven worden we vaak verleid om bij conflicten te denken aan interpersoonlijke problemen die op te lossen zijn. Soms gaat een conflict het interpersoonlijke ver te boven en is echt hulp nodig. Als vrijwilliger van het Rode Kruis mag ik onderdeel uitmaken van een kleine groep die klaar staat om te ondersteunen op die momenten dat een pandemie uitbreekt, een trein ontspoort of een andere calamiteit zich voordoet. Daarop voorbereid zijn maakt daar onderdeel van uit en niet alleen in de vorm van training en oefeningen.
Als evenementenhulpverlener draai ik jaarlijks mooie diensten. Dat doe ik meestal als hulpverlener op de bike in een bike-team. Soms zijn het heerlijk rustige diensten en heb ik tijd voor een babbeltje en kan ik meekijken met collega’s.
Tijdens andere diensten heb je geen rust, omdat je van incident naar incident onderweg bent. Zit je voor meerdere slachtoffers gelijktijdig te wachten op aanvullende hulp of een ambulance. Krijg je te maken met een gedeeltelijke amputatie, een oververhitting of een reanimatie. En in uitzonderlijke gevallen rij je in overleg met de ambulancedienst mee op 112- meldingen of sta je ineens de rest van de dag in een civiel veldhospitaal. Natuurlijk kan ik dat alleen maar dankzij vele collega’s die op deze evenementen keihard werken om het zo goed mogelijk te laten gaan, naar hun gaat mijn grote dank.
Echt heel vaak vertel ik er niets over, omdat ik het de gewoonste zaak van de wereld blijf vinden om anderen te helpen. Ook sta ik niet graag herkenbaar op de foto of ander beeldmateriaal. Toch kom ik er niet altijd onderuit en zie ik mijzelf live op de NOS. Of kom ik mijzelf gewoon wekenlang tegen op de grote stations in Nederland. Of zoals in dit geval op gewoon geweldige foto’s, waarop ik onherkenbaar sta, maar eigenlijk te mooi zijn om niet te delen.
De ervaring van dit vrijwilligerswerk, breng ik ook mee naar mijn studie en professionele leven. Ik ben bedrijfshulpverlener en maak onderdeel uit van de collegiale opvang. Helpt de ervaring mij in het dagelijkse werk, door af en toe anders te kijken naar wat ik doe. En zie ik een geweldig mooie verbinding ontstaan met de kracht van het conflict.
Als ambtenaar werk ik in een omgeving waar vergaderen eerder regel dan uitzondering is, toch valt mij de laatste tijd op dat er steeds minder aandacht is voor de dynamiek rond vergaderen. En dat begint vaak al bij het eerste contact rond een vergadering.
Steeds vaker krijg ik een vergadering “ingeschoten”, waarbij niet eens duidelijk is waar de vergadering over gaat. Vaak vanuit de eigen agenda, gepland over de agenda van een ander, in een los half uurtje of aan de andere kant van de stad.
Met als gevolg dat deelnemers niet goed voorbereid zijn, te laat komen omdat de vergadering ervoor ook belangrijk is en uitloopt of dat mensen pas op het laatste moment kiezen welke van de 5 over elkaar heen geplande vergaderingen belangrijk genoeg is om naar toe te gaan. Zelfs spook overleggen ontstaan, die wel hebben plaatsgevonden – maar waar geen deelnemer is komen opdagen. Effectief zijn die vergaderingen zelden en een nieuwe rijke bron van conflicten is geboren. Want naast niet goed contracteren, leveren ze ook vaak geen duidelijke afspraken of uitkomsten op.
Contracteren is daarom ook steeds belangrijker aan het worden bij het vergaderen, daar ben ik ook mee aan het experimenteren geslagen. Zo stel ik tegenwoordig bij onduidelijke vergaderingen drie vragen als vorm van contracteren: Wat is het doel, wat kom ik brengen en wat kom ik halen.
Dat levert vaak hele interessante reacties op. Toch zijn het de verdedigende of geïrriteerde reacties die daarbij het meest in het oog springen. En uiteindelijk een overleg dat veel minder op levert, dan bij goede contracteren had gekund.
Hoe ga jij om met dit soort situaties?
De foto geeft aan hoe ik mij op dat soort momenten vaak voel. In dit geval was ik bij slecht weer de eerste hiker op de berg en deze koe lijkt zich duidelijk af te vragen wat ik in vredesnaam aan het doen ben. Waarop zij weer vrolijk doorging met waar ze daarvoor mee bezig was, grazen.